Ministerie van Algemene Zaken
Minister-President  Mr.dr. J.P. Balkenende
Postbus 20001
2500 EA  DEN HAAG

                                                                       Roquetaillade, 9 juni 2006

Kopie: aan de Hoge Raad, Tweede Kamer, de belastingsdienst te Winterswijk en het Europese Hof

 

Onderwerp:

Weigering nog verder mee te werken aan een fundamentele onrechtvaardigheid binnen de (huidige) Nederlandse en Europese Rechtsstaat, de chronische bureaucratische corruptie.

- onder gelovigen -

Geachte heer Balkenende,

Bedankt voor uw reactie in uw brief van 22 mei, die ik zeer op prijs stel. Blijkbaar is mijn brief niet erg duidelijk geweest, misschien ook wel ergens logisch. In mijn brief van 2 mei stel ik iets ter discussie dat wij sinds vijfduizend jaar als logisch, rechtvaardig en wetenschappelijk zijn gaan beschouwen. Iets wat vijfduizend jaar individuen en onze samenleving in haar geheel heeft geconditioneerd en voorgeprogrammeerd, zal misschien niet meteen duidelijk zijn. Hoewel ik geen jurist ben, heb ik in mijn brief proberen aan te geven dat het huidige politiek-economische systeem onrechtvaardig en tegen de democratisering van de samenleving is. De onlosmakelijk met elkaar verbonden politiek-economische ingrediënten: concurrentie, winst en rente hebben geleid tot een overheid die de samenleving en zichzelf gevangen houdt tussen schuld en beloning. Dit houdt de samenleving (inclusief overheid,) klein, afhankelijk en stuurloos. Het heeft ervoor gezorgd dat we in twee economische werelden wonen eentje van daadwerkelijke uitwisseling van goederen en diensten en de andere, de bureaucratische afspiegeling van het goederen en diensten verkeer. In feite is deze tweede stroom het boekhoudkundige aspect van de economie. In een gezonde en open samenleving lopen deze twee stromen (economieën) volledig synchroon, ze vormen een perfecte afspiegeling van elkaar. In het huidige politiek-economische systeem is dit niet het geval en zijn het twee gescheiden politiek-economische stromen. Natuurlijk is er nog een gedeeltelijke overlap (2%) tussen enerzijds goederen en diensten economie en de boekhoudkundige « economie » maar het is in de loop der tijd volledig uit de hand gelopen en het betekent dat we in een wereldwijd financieel casino wonen waar het grootste deel van de boekhoudkundige economische activiteit geen enkele wortels meer in de samenleving heeft, behalve het geloof dat geld op zichzelf geld waard is. Of anders uitgedrukt, boekhouding heeft een waarde op zichzelf gekregen en vertegenwoordigt hierdoor vandaag de belangrijkste « politiek-economische » macht op zich, ten koste van…….! De oorsprong waardoor boekhouding een waarde op zich heeft gekregen en daardoor ook een politiek-economische machtsfactor is geworden, is door historici als vijfduizend jaar oud teruggevonden in Mesopotamië, het huidige Irak. Vandaag kennen we het onder een oneindig aantal derivaten, welke gelden als variaties op het zelfde boekhoudkundige thema:  rente op geld.

In deze brief zal ik proberen een wat meer juridische invalshoek kiezen om aan te geven waarom ik geen rente meer vraag (de Hutte Holding BV) en betaal (EURL Petit Château Roquetaillade – Aveyron.  En dien ten gevolge geen belastingen meer wens te betalen over de rente inkomsten van de Hutte Holding BV. Het komt er in het kort op neer dat ik weiger een systeem/structuur te steunen dat de democratisering en rechtvaardigheid binnen onze samenleving vrijwel volledig ondermijnt. In zuiver monetaire termen, vertegenwoordigt deze ondermijning van de rechtstaat, democratie en oprechte economische communicatie, achtennegentig procent van het geheel. In gewoon Nederlands betekent deze ondermijning: volledig uit de handgelopen bureaucratische luchtfietserij op kosten van de samenleving.

Het huidige politiek-economische denken/handelen ondergraaft vanuit deze optiek artikel één van de grondwet vrijwel volledig.

Artikel 1
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht op welke grond dan ook, is niet toestaan.

Wanneer ‘onderlinge concurrentie’ werkelijk zo goed is voor een samenleving, dan lijkt het me beter dat we artikel één van onze grondwet meteen schrappen. Onderlinge concurrentie aanmoedigen en bevorderen is niets anders dan het uiteindelijk institutionaliseren van het « recht van de sterkste », wat automatisch heeft geleidt tot economische discriminatie. Voor onze democratie betekent dit dat « winnaars » meer rechten hebben dan « verliezers ». Is dat wat we onder democratie verstaan? Dan hoeven we niets te veranderen vandaag, dan « regelt dit zich vanzelf », er zal altijd wel een winnaar boven komen drijven. De overheid loopt in een dergelijke situatie relatief weinig risico, er is altijd wel een winnaar, die vervolgens een deel van de winst afstaat, waarmee de verliezers gedeeltelijk gecompenseerd kunnen worden. Volledige compensatie kan natuurlijk niet want dan zal de winststroom al snel opdrogen. Staatkundig, juridisch en praktisch heeft de overheid hiermee zich in een onmogelijke situatie gemanoeuvreerd. De overheid is of ze het wil erkennen of niet in deze situatie belanghebbende, ze is namelijk afhankelijk van de financiële “winnaars”. Door te kiezen voor onderlinge concurrentie binnen de samenleving heeft de overheid haar zo onontbeerlijke onpartijdigheid ter zijde geschoven en heeft daarmee in feite iedere morele grond verloren om geloofwaardig en rechtvaardig leiding te geven aan de samenleving.

Maar laten we toch eens uitgaan van het gegeven dat onderlinge concurrentie wel een gezonde basis voor een open samenleving en zelfregulerende democratie kan leveren. Dan betekent dat de overheid de basisvoorwaarden dient te creëren waarbinnen eerlijke concurrentie kan plaats vinden. Eerlijke concurrentie betekent dat iedereen gelijke kansen heeft een plaatsje op de lokale en/of wereldmarkt te verwerven. Is dit theoretisch en praktisch haalbaar? Is het voor een rechter of overheid mogelijk hier een geloofwaardige grens aan te geven over wat gelijk of ongelijk is? Je komt dan al gauw in een oerwoud van argumenten waar iedereen zijn (eigen) gelijk naar boven probeert te halen en te verdedigen als zijnde « rechtvaardig », een natuurlijk gevolg van ons geloof in onderlinge concurrentie.
De zo noodzakelijke overkoepelende beleving van rechtvaardigheid, welke het cement van onderling vertrouwen in een open en gezonde samenleving dient te zijn, is binnen deze context een absoluut onbereikbare utopie zowel voor het individu, de rechtsstaat als wel de samenleving in haar geheel. Ieder voor zich en de overheid een heel klein beetje voor ons allen, het absolute failliet van het huidig functioneren van de overheden.

De bovenstaande invalshoek probeert aan te geven dat het chronisch mis is met ons huidige politiek-economische systeem. Maar dat verklaart nog niet waarom het tot nu toe juist een zodanig groot maatschappelijk succes is geweest? Iets dat vijfduizend jaar succesvol stand houdt, daar moet toch een logische verklaring voor zijn? We kunnen toch niet zo dom zijn iets dat niet werkt vijfduizend jaar zijn gang te laten gaan? Het is de kunst deze op het eerste oog lastige paradox goed in kaart te brengen zodat misschien de dieper gelegen aspecten eindelijk aan de oppervlakte kunnen komen.

Het succes van het huidige politiek-economische systeem is heel eenvoudig te verklaren: er is uitzicht en mogelijkheid tot beloning voor « diegenen die hun best doen ». Wie wil er nu niet beloond worden voor geleverde inspanningen? Het huidige economische systeem speelt perfect in op deze behoefte/verlangen en dit verklaart het grote succes van het huidige politiek-economische denken en handelen.

Maar wat gebeurt er met kinderen, volwassenen, de rechtsstaat en dus de samenleving in haar geheel wanneer we ons individueel richten op de beloning (in economische termen winst) in combinatie met onderlinge concurrentie?

Dit is een belangrijke vraag die onze rechtstaat spoedig en zorgvuldig dient te analyseren en te beantwoorden. Het is niet zo moeilijk om te analyseren waarom we zo zijn gaan geloven in onderlinge concurrentie. Door concurrentie wordt winst mogelijk, dit hebben we bureaucratisch vertaald, waardoor de winst omgezet kan worden in financiële middelen en we hebben onze welverdiende beloning voor onze geleverde inspanningen. In de samenleving is ons geloof in winst erg belangrijk, in de sport, politiek en bedrijfsleven kunnen we dit terugvinden. Ook binnen de economische wetenschap vormen winst in combinatie met groei het belangrijkste uitgangspunt. Essentieel voor de individuele overleving van een bedrijf, bovendien is het huidig functioneren van de overheid, door het afromen van de winst, hier vrijwel volledig op gebaseerd. In werkelijkheid heeft ons geloof in winst geleid tot een gesplitste (schizofrene) economie.

Enerzijds de economie van goederen en diensten en anderzijds de bureaucratische economie. De politiek-economische bureaucratie staat of valt bij het geloof in meerwaarde. Deze meerwaarde is een boekhoudkundige techniek, een rekenkundige hefboom waardoor meerwaarde, winst, toegevoegde waarde of hoe we het ook noemen op papier vertaald kan worden. Het betekent dat een peer kan veranderen in een peer plus vijf, tien of twintig procent. Hierdoor heeft de boekhouding een waarde op zich gekregen en doordat het een waarde op zich heeft gekregen vertegenwoordigt het ook een zeer belangrijke politiek-economische machtsfactor. Wat er nu echter in werkelijkheid heeft plaats gevonden, is dat de economie zich heeft gesplitst, enerzijds in goederen en diensten die we dagelijks nodig hebben om te leven en de boekhoudkundige, zeg maar bureaucratische economie, die separaat van de goederen en diensten zijn eigen leven is gaan leiden. De splitsing vindt plaats, precies op het boekhoudkundige moment dat de peer verandert in een peer plus x-procent. Deze boekhoudkundige techniek is mogelijk doordat het een afgeleide is van onze vijfduizend jaar oude aanname dat geld op zichzelf geld waard is. Dit is echter pas waar, wanneer er iemand bereid is gevonden (gelooft dat dit waar is) door ervoor te werken. Want hoe lang of kort we er ook over nadenken geld op zichzelf kan nooit geld waard zijn. Het zou betekenen, dat wanneer we werkelijk van geld zouden kunnen leven, niemand ooit nog zou hoeven te werken. Nee geld heeft mensen nodig, die geloven dat geld, geld waard is. Geld vertegenwoordigt een ongelofelijk belangrijk en essentieel hulpmiddel in onze economische communicatie. Maar in de loop der tijd is geld van een efficiënt hulpmiddel steeds meer een doel op zich geworden. Door de boekhouding van goederen en diensten een waarde op zich te geven. Hierdoor zijn we als samenleving, overheden en bedrijfsleven steeds afhankelijker (gevangenen) geworden van de beloning (winst, meerwaarde, bureaucratie etc.) en de daar tegenoverstaande schuld. Hierdoor zijn we de dagelijkse realiteit van de uitwisseling van goederen en diensten door de eeuwen heen beetje, bij beetje uit het oog verloren door ons teveel te focussen op een boekhoudkundige techniek, in feite een rekenkundige hefboom (rente, winst etc.) waarin we in zijn gaan geloven en waardoor het ook logischerwijze een wereld op zich heeft gecreëerd met de daarbij behorende wetmatigheden waar we vandaag als samenleving en ook de overheid aan onderworpen zijn. In feite is ons huidige politiek-economisch systeem gefundeerd op één groot alles doordringend boekhoudschandaal. Dit verklaart voor een belangrijk deel waarom vandaag nog slechts twee procent van ons dagelijkse geldverkeer, nog goederen en diensten vertegenwoordigen en de rest speculatie in het luchtledige is. Maar we dienen ons zelf van het pijnlijke feit te doordringen dat de oorsprong hiervan een simpele rekenkundige hefboom betreft die we op papier en in onze psyche als waarheid zijn gaan beschouwen. Wie wil er nu niet een methode tot zijn beschikking hebben, waarin één peer door een rekenkundige techniek vermeerderd kan worden naar één komma twee peren? Want dat is het gevolg van ons zeer verleidelijke geloof dat geld, rekenen, boekhouding, bureaucratie enzovoort, op zichzelf geld waard zijn. Hier is verder niets wetenschappelijks aan, het is een aanname die je kunt geloven of niet. Wanneer we het geloven zal het een wereld creëren die we het zelf in de aanname en dus de daarbij horende wetmatigheden hebben meegegeven. Wanneer deze aanname rechtvaardigheid en democratisering (verdraagzaamheid, oprechtheid en samenwerking) bevordert dan is het een prima aanname. Maar het feit is dat deze vijfduizend jaar oude aanname, rijken, rijker maakt en de onderlaag van de samenleving steeds minder ruimte geeft en dit alles aangemoedigd en bevorderd door onze rechtsstaat. Bovendien evolueren overheden richting Sovjetachtige proporties omdat ze iedere dag proberen recht te brijen, wat vanaf het begin al krom is. Gelovend in concurrentie (waarde gevend) hebben overheden in de loop der tijd, meer en meer hun legitimiteit verloren om te spreken namens de gehele samenleving, we zijn partners in crime geworden in dienst van de geprivilegieerden in de samenleving, samen te vatten als “de financiële wereld, de bureaucraten”. Wat we voor de duidelijkheid in meer of mindere mate allemaal zijn door het geloof dat we hechten aan de door ons zelf gecreëerde financiële luchtbel die alleen bestaat op papier en onze psyche uiteindelijk heeft vergiftigd. Of we nu arm of rijk zijn, we zijn gelovigen in een financieel, politiek-economisch systeem dat zijn onrechtvaardige wetmatigheden oplegt aan overheden, bedrijfsleven en samenleving. Maar dat voor alle duidelijkheid door onszelf gezaaid, bewaakt en dus ook geoogst wordt: een steeds meer, alles verstikkende bureaucratie.

Hoe kunnen overheden leiding geven aan een samenleving, wanneer ze haar eigen soevereiniteit heeft uitgeleverd aan de cultus, verering (beloning) van de winnaar?

En dan zien we dat de scheidslijn tussen de publieke zaak en een maffiaorganisatie helaas flinterdun is.

De term ‘maffioso’ stamt uit het eind van de vorige eeuw……. en staat voor de verheerlijking van de macht van het individu…..dat niet tolereert dat anderen de macht in handen hebben. Hij plaatst zich zelf boven de wet.

Inspecteur Corrado Cattani in de TV-serie “La Piovra”

De samenleving (inclusief rechtsstaat) staat voor de belangrijke keuze kind (afhankelijk) te blijven of volwassen (zelfstandig ten dienste van de samenleving) te worden!

De winnaar heeft binnen een systeem dat uitgaat van onderlinge concurrentie meer rechten dan de verliezer, is dat wat we verstaan onder de praktische en, of theoretische invulling van de democratie en rechtsstaat? Is het binnen een democratie niet essentieel dat de meerderheid of politieke winnaars in gelijke mate verantwoordelijkheid, rechtvaardig te handelen naar de verliezers of minderheid? Is dit niet precies de scheidslijn waar een rechtsstaat juist geloofwaardig of ongeloofwaardig wordt? Het verschil tussen korte termijn overleven van de verschillende belangengroepen of het duurzaam overleven op korte en lange termijn voor het geheel?

Wanneer we iets aan de oppervlakte te veel waarde geven, zullen we nooit door kunnen dringen tot de diepere mysteries van het leven zelf, waar we allemaal onverbrekelijk mee verbonden zijn. Het gegeven dat we allemaal voortkomen uit dezelfde oorsprong, het leven zelf, kan ons misschien de kracht, de wil en de moed geven het onderlinge wantrouwen te overwinnen dat onderlinge concurrentie eeuwenlang in de psyche van de mensheid heeft gezaaid. Durven we onze dierlijke instinctieve ketens van ons af te schudden? Kunnen we bijvoorbeeld werkelijk de aarde bezitten? Of kunnen we slechts in alle bescheidenheid en rechtvaardigheid delen wat het leven ons zelf heeft gegeven?

'De eerste die een stuk grond omheinde, op de gedachte kwam om te zeggen "dit is van mij", en mensen vond die eenvoudig genoeg waren hem te geloven, was de werkelijke grondlegger van de burgerlijke samenleving.

Jean Jacques Rousseau

Gelijkheid, vrijheid en broederschap zijn vandaag verbureaucratiseerd, ontnomen aan mens en samenleving. Volgens mij kan een mens alleen gelukkig worden wanneer zij in harmonie kan leven met de omgeving, in staat is om zelfstandig te handelen en daarmee een bijdrage te kunnen leveren ten dienste aan de samenleving. Volgens mij is dat de enige morele belasting (fiscale maatregel) die rechtsgeldigheid heeft. Dit kan alleen maar wanneer de mens zich bewust wordt van zichzelf en haar plek in de samenleving. De vrijheid van de één wordt dan de vrijheid van de ander en niet zoals vandaag vooral het geval is binnen ons politiek-economisch denken en handelen. De kunst om de ander voor je karretje te spannen, politiek en economisch afhankelijk te maken. Het geloof in concurrentie creëert sociale en economische apartheid (economische discriminatie) binnen een samenleving, helaas vandaag geïnstitutionaliseerd door de overheden (wetgevend, uitvoerend en controlerend) en daarmee de democratie en de rechtstaat vrijwel volledig aan haar lot overlatend. Het betekent in de praktijk voor de democratie dat de winnaar meer rechten heeft dan de verliezer, waarbij winnaars/verliezers vervolgens deels beschermd/gecompenseerd worden door de overheid. Binnen deze logica worden we door de rechtstaat slechts deels beschermd, zowel de winnaars als de verliezers voelen zich binnen deze context benadeeld, waardoor toenemende onverschilligheid, onverdraagzaamheid, wantrouwen en een algemeen gevoel van frustratie en onrechtvaardigheid de samenleving meer en meer in zijn greep krijgen.

Wat is bijvoorbeeld het signaal dat we afgeven door “BTW, loon- en vennootschapsbelasting ” te heffen? U mag meedoen, het bedrijf mag (papieren) winst maken, maar wilt u hier even afrekenen? Met het geld dat hierdoor binnen komt kunnen we de publieke zaak dienen? Maar dat betekent in feite dat we ons zelf (individu en samenleving) niet in staat achten om zelfstandig en gezamenlijke beslissingen te nemen (los van geld) en daarmee geven we aan niet echt te geloven in een samenleving van mensen, door mensen en voor mensen (democratie). Het vernietigt de natuurlijke vrijheid, solidariteit en rechtvaardigheidsgevoel in de mens en deze is vervangen door een bureaucratische-juridische machinerie. Het betekent helaas in praktische zin, dat onze economische spelregels gefundeerd zijn op onderlinge chantage en hypocrisie en daarmee hebben we de democratie vandaag gereduceerd tot een inhoudsloze windowdressing, een ideaal zonder economische wortels in de samenleving, gecorrumpeerd door ons geloof in papieren winst.

Dhr. Balkenende uit mijn brief van 2 mei kon u onvoldoende opmaken wat mij concrete verzoek aan u is. Mijn verzoek aan u en bij deze ook aan de Hoge Raad, de Tweede Kamer en de belastingsdienst is het volgende:

Is er binnen onze rechtstaat een plek waar het door mij waargenomen fundamentele en chronische maatschappelijke onrecht voor de rechter kan komen, zonder meteen de nek omgedraaid te worden door de juridisch-bureaucratische machinerie?

Het gaat mij niet om het (belasting)geld, het is wat mij aangaat geen ordinair akkefietje tussen een bedrijf en de belastingsdienst, maar het gaat me om het fundamenteel functioneren van onze economische communicatie, de fundamenten van onze rechtsstaat en democratie. Welke vandaag te beschouwen zijn als maffieus, kafkaiaans, chronisch onrechtvaardig en ondemocratisch. Dhr. Balkenende uw regering zal ongetwijfeld vele argumenten hebben om deze problematiek ‘links te laten liggen’. Daar kan ik psychologisch alle begrip voor opbrengen, maar het blijft een wrange appel waar we als samenleving individueel en gezamenlijk vroeg of laat door heen zullen moeten bijten.Vandaag zijn we met zijn allen lafaards, gelovigen in een bureaucratisch-juridische ingedekte hefboom, een politiek-economische luchtbel zonder wortels in de samenleving, ten koste van onze leefomgeving, democratie, rechtsstaat en de zwakkeren in de samenleving.

 

Met vriendelijke groeten,

De Hutte Holding BV                                      EURL Petit Château Roquetaillade - Aveyron
de bureaucraat Peter Hoopman                    de filosoof en ondernemer Peter Hoopman
p/a petit château Roquetaillade                     12490 MONTJAUX
12490 MONTJAUX                                        Frankrijk
Frankrijk                                                         tel. + 33 (0)5 65 58 19 59    petitchateau@wanadoo.fr

www.solution-simple.com

 

Aan de Hoge Raad en Tweede Kamer wordt tevens een kopie van “Beëindiging van de economische apartheid” van 2 mei jl toegestuurd.

 
 
Terug naar de beginpagina
Enkele vragen