Enkele vragen om het economisch-democratische debat te verdiepen:

Is het (economisch) recht van de sterkste, grondwettelijk?

In een wereld waar relatief weinig mensen wonen zijn de negatieve bijwerkingen van "concurrentie" veel minder voelbaar. Stel je een wereld voor met een half miljard mensen, dan is voor te stellen dat er voor iedereen nog wel een plekje onder de zon te vinden is. In een steeds voller wordende wereld, zullen de bijwerkingen van "onderlinge concurrentie" steeds duidelijker naar boven komen.

Misschien is het belangrijk een aantal vragen te stellen:

Voor wie is "onderlinge concurrentie" efficiënt?

Voor diegenen die al een voorsprong hebben, de overheid, de verliezers, de winnaars of de economie in het algemeen?

Wat gebeurt er met de communicatie tussen de overheid en de bevolking wanneer "onderlinge concurrentie", welke resulteert in "winst en groei" het belangrijkste maatschappelijke uitgangspunt is?

Wat doet dit met het zelfregulerende vermogen van individuen in relatie tot elkaar binnen een samenleving?

Worden mensen (en bedrijven) hierdoor logischerwijs niet steeds afhankelijker van de overheid?

Wat doet "onderlinge concurrentie" met de participatie binnen een samenleving, de zelfstandigheid van de afzonderlijke individuen en de verdraagzaamheid jegens anderen?

Hoe efficiënt (economisch) is "onderlinge concurrentie", uitgaand van winst en groei in plaats van mens en democratisering?

Hoe democratisch is onze samenleving wanneer "winnaars" meer rechten hebben dan "verliezers"?

Hoe geloofwaardig is de overheid en rechtstaat, wanneer winnen een belangrijker maatschappelijk (economisch) uitgangspunt is dan samenleven?

Wat bevordert de zelfstandigheid van een individu binnen een samenleving ?

Tegen elkaar concurreren of voorwaarden scheppen waardoor individuen zelf en samen de uitdagingen binnen de samenleving oppakken, deze te delen door te participeren en door leren samen te werken?

 Hopende dat dit interessante vragen en invalshoeken zijn voor u als lezer en vooral als medemens.

 

Vriendelijke groeten,

Peter Hoopman
Roquetaillade – Aveyron          www.petit-chateau-roquetaillade.com

 
     

 

Eerste brief aan de Minster President     Brief aan de belastingsdienst
Antwoord Minister-President    
Tweede brief aan Minister-President Brief gericht aan de Hoge Raad Brief gericht aan de Tweede Kamer Brief aan de Belastingsdienst
Antwoord op tweede brief van de Minister-President Antwoord Hoge Raad Antwoord Tweede Kamer Commissie voor Economische Zaken  
Derde brief aan Minister-President Tweede brief aan Hoge Raad  
Antwoord op derde brief door de Minister-President Antwoord op tweede brief door de Hoge Raad    
Antwoord van Minister-President op een kopie van een brief aan de belastingsdienst. Derde brief aan de Hoge Raad   Brief aan belastingsdienst
  Antwoord op derde brief door de Hoge Raad    
     
Kontakt
De "eenvoudige" oplossing   Kothbiro

 

 
the corporation
the money masters
an inconvenient truth good night and good luck
We feed the world