Rechtbank Arnhem Roquetaillade, 4 juli 2007
Onderwerp: Beroep tegen uitspraak belastingdienst op bezwaarschrift C.c: aan eerste kamer en (fractievoorzitters) tweede kamer
Geachte heer/mevrouw, In een brief van 31 mei 2007 heeft de belastingdienst het bezwaarschrift tegen de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2007 met aanslagnummer 64.57.502.V.70.O112 afgewezen. Met deze brief wil ik in beroep gaan tegen deze uitspraak. Dit beroep is als het volgt opgebouwd:
a) Hoe democratisch komt wetgeving tot stand?
1. Motivering belastingdienst “Toewijzing van het bezwaarschrift zou er op neerkomen dat ik als ambtenaar de wet naast mij neerleg. Door bewust niet uitvoeren van de wet zou ik volledig negeren dat de wet langs democratische weg tot stand is gekomen.” “Ik heb u er op gewezen dat er naar mijn mening, op basis van uw argumentatie in uw bezwaarschrift, ook een rechter niet tot een ander oordeel kan komen. De rechterlijke toetsing gaat namelijk niet zover dat de rechter de wet zelf mag toetsen. Artikel 120 van de grondwet verbiedt het de rechter expliciet om in de beoordeling te treden van de grondwettigheid van wetten en verdragen.” “Binnen ons huidige rechtstelsel berust de wetgevende macht bij de eerste en tweede kamer. Het gaat dan om zogenaamde wetten in formele zin. Ambtenaren behoren tot de uitvoerende macht en hebben door het parlement vastgestelde wetgeving loyaal uit te voeren. Ambtenaren kunnen niet naar eigen inzicht wetten buiten werking laten of onverbindend verklaren. De enige mogelijkheid om wetten in formele zin bij de uitvoering te toetsen, is de toetsing aan verdragen. Verdragen zijn regels van een hogere orde. Daarbij kunt u denken aan toetsing van fiscale wetgeving aan het EG verdrag. Uw bezwaarschrift bevat echter geen stellingen en concrete argumenten waaruit is af te leiden dat de wet op de vennootschapsbelasting strijdig is met één of meer internationale verdragen.” 2. Context van de problematiek Misschien wel het belangrijkste element in de uitspraak van de belastingdienst: “Toewijzing van het bezwaarschrift zou er op neerkomen dat ik als ambtenaar de wet naast mij neerleg. Door bewust niet uitvoeren van de wet zou ik volledig negeren dat de wet langs democratische weg tot stand is gekomen.” Hoe democratisch is een samenleving wanneer de één zijn geld verdient beschermd door de wet, terwijl de ander daarvoor dient te werken? Zo eenvoudig is de vraag die de problematiek van dit beroep samenvat. Maar durven we dat te zien? We leven vandaag, of we dat erkennen willen of niet, eerder in een plutocratie dan een democratie, welke laatste helaas slechts de functie van windowdressing dan wel propaganda vervult. Want wie maken de belangrijkste beslissingen vandaag: de financiële wereld of het volk? Zelfs de overheden lopen aan de leiband van de financiële wereld, dus het argument dat de wet democratisch tot stand is gekomen durf ik zonder meer aan te vechten. Het is vandaag de wereld van het geld die beslist en niet het volk of de democratie. Wordt dit bespreekbaar in een Nederlandse rechtszaal en in het parlement? De één ontvangt zijn geld beschermt door de wet (rente, belastingen, subsidies, uitkeringen etc.) terwijl de ander daarvoor dient te werken. Wat doet dit met de communicatie, de zelfstandigheid, het verantwoordelijkheidsbesef en het rechtvaardigheidsgevoel van mensen? Het heeft geleidt tot indirecte communicatie, eerst winst maken, daarna zien we wel verder. Hierdoor zijn we zowel theoretisch als praktisch niet in staat om de maatschappelijke uitdagingen in het hier en nu op te pakken. Vanuit democratisch oogpunt zijn we hierdoor in de loop der tijd ongelofelijk inefficiënt geworden. Wanneer we geld ontvangen beschermt door de wet, worden we mechanistisch, uitvoerders zonder ziel, voorgeprogrammeerd als een robot, slechts in staat om onze bron van inkomsten te bewaken. Dit stelt niet zo gek veel voor, want we worden beschermd door de wet. Gelijke kansen voor iedereen? Eerlijk en rechtvaardig? b) In Nederland geen scheiding tussen wetgevende en controlerende macht "Artikel 120 van de grondwet verbiedt het de rechter expliciet om in de beoordeling te treden van de grondwettigheid van wetten en verdragen.” De controlerende macht als het erop aankomt blijkt in de praktijk bij de wetgevende macht te liggen, de eerste en de tweede kamer. Voor iemand die geen juridische opleiding heeft genoten roept dit grote vraagtekens en fronsende wenkbrauwen op. Ik ging er in al mijn juridische naïviteit van uit dat de Hoge Raad in Nederland de functie heeft van Constitutioneel Hof, de ultieme plek waar de grondwet getoetst wordt. Het feit dat deze verantwoordelijkheid terug wordt geschoven naar de wetgever houdt het gevaar in een juridisch vacuüm te creëren. Het lijkt me noodzakelijk dat er tussen de wetgevende en de wet controlerende macht een gezonde dynamiek en machtsevenwicht is, deze lijkt vandaag door te hellen naar de wetgevende macht. De onduidelijkheid hierover was ook al te proeven in de eerdere correspondentie met de minister-president en de Hoge Raad, terwijl de tweede kamer niet verder is gekomen dan het verspreiden onder de leden van de commissie voor Economische Zaken (Zie bijlage II.) Het is interessant binnen deze context ook een later antwoord van de commissie verzoekschriften en burgerinitiatieven van de tweede kamer te citeren: "Tegen belastingaanslagen kunnen rechtsmiddelen worden aangewend. Uiteindelijk zal de rechter zich kunnen uitspreken. Indien de inspecteur uw bezwaarschrift tegen de betreffende aanslag afwijst, kunt u in beroep gaan bij de belastingrechter." Dit voelt aan als een juridisch niemandsland, een juridische vicieuze cirkel, een kafkaiaanse wereld waar niemand verantwoordelijk lijkt te zijn voor wat dan ook. Je wordt doorgestuurd in de onbewuste hoop dat je in dit bureaucratische labyrint zult verdwalen. De tijd werkt in dit geval voor de “bewakers” van het juridische systeem. De commissie verzoekschriften en burgerinitiatieven van de tweede kamer stuurt mij naar een rechter die geen uitspraak mag doen, zoals uit de bij de uitspraak toegevoegde jurisprudentie blijkt. Hopelijk ben ik niet de enige die waarneemt dat hier iets niet klopt? We spelen bureaucratisch verstoppertje en de overheden kunnen dit blijven doen “dankzij” de aanname dat geld, geld waard is, want daardoor komt het geld o.a. belastingen toch wel binnen. De vraag nu is, of de overheid en burgers (en bedrijven) concurrenten van elkaar zijn geworden? Ongeacht het antwoord, de overheid heeft vandaag gemakkelijk praten vanuit zijn juridisch goed beschermde bureaucratische toren, zichzelf verstoppend achter de wet, maar zonder wortels in de samenleving. Zo wil iedereen wel geld verdienen. Maar worden mensen daardoor bewust, van de wereld waarin we leven? Je mag juridisch alles ter discussie stellen, maar niet het systeem zelf. Hierdoor kunnen overheden wanneer ze dat willen eeuwig juridisch verstoppertje blijven spelen. Wetten die ze zelf maken en zelf controleren en burgers worden het juridische bos ingestuurd met de argumentatie dat ze democratisch tot stand zijn gekomen. Gezonde tekenen van een open samenleving en een naar rechtvaardigheid strevende rechtsstaat of middeleeuwse katholieke toestanden? Hierdoor hoeft de belastingdienst niet inhoudelijk in te gaan op een aantal door mij aangevoerde argumenten in het bezwaarschrift: - Waar eindigt concurrentie en waar begint misdaad, terrorisme en oorlog en welke rollen spelen de politiek, het juridische systeem en het individu hierin? - A werkt, onderneemt en leent voor zijn geld, B ontvangt geld beschermd door de wet (Dit betekent in de praktijk dat de wet zelf geld produceert, een wonder?) Waardoor A en B zichzelf en elkaar gevangen houden, waardoor C, de uitgang (democratie en rechtsstaat) niet gevonden kan worden, zelfs niet, wanneer we dat zouden willen. - Gelijke kansen, rechtvaardig en economisch of gewoon ordinair geïnstitutionaliseerd bureaucratisch machtsmisbruik? Argumenten die de belastingdienst afdoet met het verhaal dat de wet democratisch tot stand is gekomen. Welke, de wet op de vennootschapsbelasting of de Grondwet? Beide? Zo ja, welke is dan belangrijker? Misschien is het belangrijk voor de rechter af te vragen welk artikel belangrijker is Artikel 1 uit de grondwet of artikel 120? Want daar zal een rechter zich hopelijk wel over mogen uitspreken en kan de geest van de wet weer enigszins ademhalen en tot leven komen. Thorbecke (Nederlands liberaal staatsman 1798 – 1872) voorzag destijds al het gevaar van artikel 120 uit de grondwet en verwoordde dat als volgt: Voor deze nieuwe spreuk zal, geloof ik, ieder als voor een gesloten deur blijven staan….. bedenkelijke verborgenheid in eene grondwet, die het licht in haar zelf dient te hebben…. Hoe kan een rechtsstaat functioneren, wanneer de wetgevende en de wet controlerende macht ligt bij één en dezelfde instantie? Montesquieu zal zich in z’n graf omdraaien. De rechter zal dit beroep dienen te bekijken vanuit de invalshoek welk grondwetsartikel prioriteit heeft Artikel 1 of Artikel 120? Wanneer artikel 1 de prioriteit heeft boven artikel 120 dan wordt de kernvraag van dit beroep weer essentieel: Creëert het feit dat de één zijn geld verdient beschermd door de wet (rente, belastingen, uitkeringen, subsidies etc.) en de ander daarvoor dient te werken en daar rente en belastingen over betaalt de gelijke behandeling welke artikel 1 van de grondwet probeert na te streven? Een lastig thema dat sinds Adam Smith niet aan actualiteit heeft ingeboet. Misschien wel de belangrijkste taak van de overheden: het bewaken en organiseren van het algemeen belang. Maar wat is het algemeen belang, is het datgene wat ons verenigd of is het datgene dat we individueel allemaal dienen na te streven? Is er vandaag iets binnen onze staathuishoudkunde dat we kunnen bestempelen als onze gemeenschappelijke en belangrijkste prioriteit? Misschien dat we het daar snel over eens kunnen worden. Economische groei of winst is onze belangrijkste staathuishoudkundige prioriteit vandaag. Vandaag gaan we ervan uit dat zonder winst en groei, investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, solidariteit en dergelijke niet mogelijk zijn. Maar is dat ook zo? Om deze vraag te kunnen beantwoorden dienen we het onderscheid te kunnen maken tussen directe en indirecte communicatie. Staathuishoudkundig model I: indirecte communicatie
De belangrijkste taak van de overheid binnen dit staathuishoukundig model is de winststroom op gang te houden en zorgen dat jacht naar winst niet te veel negatieve maatschappelijke bijwerkingen vertoont. Deze worden gecorrigeerd door nieuwe wetten en regels. Het probleem van dit staathuishoudkundig model is dat de overheden, bedrijfsleven en burgers voortdurend gevangen zitten tussen het algemene belang en de gekozen maatschappelijke prioriteit het maken van winst, waar door een efficiënte onderlinge communicatie vrijwel onmogelijk wordt. Het grootste probleem van indirecte communicatie is dat de overheid binnen dit model belanghebbende is, dit gaat ten koste van de noodzakelijke onpartijdigheid, waardoor de overheid zijn geloofwaardigheid in de loop der tijd verliest. De overheid is dan een speelbal van belangengroepen. Staathuishoudkundig model II directe communicatie Binnen dit staathuishoudkundig model worden de maatschappelijke prioriteiten naar belangrijkheid gerangschikt.
De belangrijkste taak voor de overheid binnen dit staathuishoudkundigmodel is het bewaken en organiseren van de randvoorwaarden. In de praktijk betekent dit dat het individuele belang niet ten koste mag gaan van het algemene belang. Het individu krijgt hiermee de kaders om zijn creativiteit tot ontplooiing te brengen, binnen wat Rousseau het maatschappelijk contract noemt. Dit staathuishoudkundig model van directe communicatie creëert duidelijker, de maatschappelijke prioriteiten waardoor de verwarring over het algemeen belang en individueel belang voor een belangrijk deel teruggedrongen kunnen worden. Hierdoor kunnen zowel overheid als bedrijfsleven en burgers opener en efficiënter met elkaar communiceren, omdat er meer duidelijkheid is over de gemeenschappelijke prioriteiten. Het huidige economische en politieke Latijn zal daardoor afnemen. d) De strijdigheid met het Europese verdrag voor de rechten van de mens Aangezien een toetsing binnen het Nederlandse rechtsstelsel erg lastig lijkt (wat op zich al een groot juridisch, economisch, en democratisch probleem is,) is het belangrijk om de aanname dat geld op zich zelf geld waard is (rente) te toetsen aan verdragen. Zoals dhr. Van der Laan in de motivering als het volgt heeft aangegeven: De enige mogelijkheid om wetten in formele zin bij de uitvoering te toetsen, is de toetsing aan verdragen. Verdragen zijn regels van een hogere orde. Daarbij kunt u denken aan toetsing van fiscale wetgeving aan het EG verdrag. Uw bezwaarschrift bevat echter geen stellingen en concrete argumenten waaruit is af te leiden dat de wet op de vennootschapsbelasting strijdig is met één of meer internationale verdragen. Nederland heeft door de ondertekening van het Europese verdrag voor de rechten van de mens laten zien dit verdrag serieus te nemen. Hieronder de artikelen uit dit verdrag die ik in strijd acht met het meteen in het begin al ongelijkheid creërende vragen en betalen van rente, welke tevens de oorsprong is van de uit de hand gelopen bureaucratie. Artikel 1 Obligation de respecter les droits de l’homme Door het vragen en betalen van rente zijn we verstrikt geraakt in een groot gezamenlijk gesponnen bureaucratisch web, waardoor de maatschappelijke en staatsrechterlijke problemen en uitdagingen onvoldoende efficiënt in het hier en nu opgepakt kunnen worden. Of zoals Simon Schama in zijn boek over de Franse revolutie, Toqueville’s visie verwoordt: In die opvatting waren er geen korte termijn problemen, alleen diepgewortelde structurele problemen die niet konden worden veranderd – zelfs niet door de Revolutie – want hij* zag een eindeloze en hopeloze herhaling van de kwalen van de centralisering en de ijzeren vuist van bureaucratisch despotisme in de Franse geschiedenis. Simon Schama in Kroniek van de Franse Revolutie * Tocqueville De rentevrager strijkt zijn winst op door de aanname dat geld op zichzelf geld waard is, zonder zich echt te bekommeren over mens en samenleving, het is alleen geïnteresseerd in geld, in zekere zin een bureaucratische psychopaat die zijn empathie voor de wereld waarin hij leeft heeft verloren, ingeruild voor de minder confronterende tweedimensionale papieren wereld van winst en groei. De rentebetaler gedraagt zich echter als een willige loopjongen voor deze empathieloze bureaucraat, samen opgeslokt in een grote op hol geslagen bureaucratische machine. Hierdoor zijn beide onbetekende radertjes geworden in een betekenisloos mechanisme, welke papieren ‘winst’ na streeft. Een geconditioneerde robot met weinig gevoel en verantwoordelijkheid voor mens, samenleving en leefmilieu. Verantwoordelijkheid over de winst wordt gedragen, maar leven en menselijkheid zijn gereduceerd tot lastige bijkomstigheden en in de meeste gevallen zelfs slecht voor de potentiële winst. Tenzij de mens als willige consumptiedieren volgestopt kunnen worden met nog meer zinloze prullaria, welke de papieren winst, onze belangrijkste maatschappelijke prioriteit ten goede komen. Zelfs wanneer de mens duurzamer wil bijdragen wordt hij teruggefloten door het huidige maatschappelijke contract, “eerst winst maken Jantje, daarna zien we wel verder!”Natuurlijk worden er gelukkig nog zeer veel nuttige zaken geproduceerd door eervolle burgers en ondernemers, maar ook zij zitten gevangen in een verstikkende bureaucratiserende wereld. Artikel 2 Droit à la vie Het recht van de (bureaucratisch) sterkste regeert ; politiek, economisch, juridisch en democratisch, door de aanname dat geld op zichzelf geld waard is. Dit heeft geleidt tot een bureaucratische gevangenis of een bureaucratisch fascisme ten koste van het leven zelf. Hitler, de leider van de Nazi samenzweerders, die hier terechtstaan, zou gezegd hebben refererend aan hun oorlogsplannen: “Ik zal een propagandistische reden geven voor het beginnen van de oorlog of deze nu de waar is of niet. De winnaar zal later niet gevraagd worden of we de waarheid spraken of niet. Bij het beginnen en voeren van een oorlog is niet de rechtvaardigheid belangrijk maar de overwinning. De sterkste heeft gelijk. Een van de aanklagers tijdens het Neurenberg proces Het feit dat onderlinge concurrentie één van onze belangrijkste economische uitgangspunten is en rentevragers juridisch, economisch en politiek vele malen beter beschermd zijn dan ondernemers, heeft in de loop der tijd geleidt tot grote maatschappelijke onverschilligheid en algemeen gevoel van onvermogen om te kunnen en mogen ondernemen ter bevordering van het individuele en gezamenlijke welzijn van de samenleving. Collaboreren of saboteren is vandaag de weinig verheffende keus. Willen we als mensheid overleven dan zullen we onze individuele soevereiniteit weer dienen op te eisen ten dienste van de samenleving. De rentevrager is juridisch vele malen beter beschermd dan de rentebetaler en kan wanneer het maar wil zijn rechten opeisen, zonder ook maar iets constructiefs aan de samenleving te hebben bijgedragen. Deze “papieren wereld” heeft vandaag de macht ten koste van het menselijke bestaan zelf. “Inspecteur” Licata: Je hebt je rijkdom op bloed gebouwd en heel geduldig en methodisch heb je het laten groeien door de smerigste zaken te doen. Stefan Litvak/Kirin (Een oud nazi die de identiteit van een holocaust slachtoffer heeft aangenomen): Nee, niet ik. De geschiedenis. De geschiedenis is een aaneenschakeling van slachtingen. Het is niet slechter dan duizend jaar geleden. De zwaksten leggen het af, de sterken accepteren dat we niet perfect zijn. Dat is altijd zo geweest. Ik wacht al vijftig jaar op uw komst meneer niemand. Maar ik ben rustig. Uit de Italiaanse maffiaserie La Piovra laatste deel van seizoen 6 De mens is vandaag niet verantwoordelijk. Vandaag zijn dat de abstracties zoals: de markt, de financiële wereld, de politiek, het bedrijfsleven, alles is verantwoordelijk behalve de mens zelf, deze voert slechts braaf zijn taak uit binnen deze abstracties en instituten. Door geld een waarde op zichzelf te geven werkt het als een winstversneller, een boekhoudkundige hefboom die zijn eigen leven is gaan leiden tegen het leven, de mens zelf. Zowel de rentevrager als rentebetaler dienen zich te bevrijden uit deze bureaucratische onderdrukking en conditionering. Artikel 4 Interdiction de l’esclavage et du travail forcé Ieder mens wil vrij, zelfstandig maar ook menselijk zijn/worden, vandaag bevorderen we het tegenovergestelde en dienen we ons te onderwerpen aan de bureaucratische slavernij welke ons vervreemd heeft van de werkelijke vraag (o.a. veiligheid, zelfstandigheid, duurzaamheid en rechtvaardigheid) en aanbod (een economische samenleving waar ieder mens welkom is bij te dragen) binnen onze samenleving. “Wie beweert dat “er nooit een geciviliseerde samenleving heeft bestaan waarin het ene deel niet bloeide dankzij de inspanning van de ander, de geschiedenis draagt dit uit. In het paradijs waar er oorspronkelijk maar twee waren. Zelfs daar was de ene ondergeschikt aan de ander. Slavernij is altijd bij ons geweest en is noch zondig of immoreel. Zoals oorlog en strijd een natuurlijk onderdeel uit maken van de menselijke toestand, zo maakt ook slavernij een natuurlijk onderdeel uit van het wezen van de mensheid, zowel vanzelfsprekend als wel onvermijdelijk.” Wel heren, ik ben het oneens met de scherpe geesten van het zuiden en met onze president die het blijkbaar eens is met hen. Aangevend dat de natuurlijke staat van de mens echter, en ik besef dat dit een controversieel idee is, vrijheid is, vrijheid is. Het bewijs is, de inspanning die de mens bereid is te leveren om het te herwinnen, wanneer het hem is afgenomen. Hij zal proberen, ondanks alle obstakels en tegen alle vooroordelen in, proberen thuis te komen.” John Quincy Adams (Anthony Hopkins) in de film Amistad Zowel rentebetaler als rentevrager horen vandaag vrij een onafhankelijk te zijn in plaats van gevangenen te blijven van de geïnstitutionaliseerde bureaucratische corruptie en chantage mechanismen. Vandaag zijn politiek, bedrijfsleven en burger slaven van de uit de hand gelopen bureaucratie. Iedere politieke partij wil de bureaucratie terug dringen, maar niemand heeft de moed zich af te vragen wat de bron van de uit de hand gelopen bureaucratie is? Deze ligt in de bureaucratische aanname, dat geld op zichzelf geld waard is.
Artikel 5 Droit à la liberté et la sûreté Door uit te gaan van onderlinge concurrentie ten behoeve van de bureaucratische winnaars, beschermt door de wet, zijn veiligheid en vrijheid in de loop der tijd chronisch onder steeds grotere druk komen te staan. Geld is niet meer gelieerd aan enige vorm van waarde David C. Korten Rente vrager/betaler zijn vandaag slechts gevoelloze instrumenten binnen een tweedimensionale invulling van de economie en samenleving.
Artikel 6 Droit à un procès équitable Doordat het recht van de bureaucratisch sterkste vandaag geïnstitutionaliseerd is, hebben deze meer rechten en macht, ze betalen het “beste” personeel, de “beste” advocaten, de “beste” reclame makers, de “beste” journalisten en zowel de politiek als justitie zijn voor hun overleving volledig van hen afhankelijk. Dit heeft ervoor gezorgd dat de onafhankelijkheid en objectiviteit onder steeds grotere druk is komen te staan en uiteindelijk feitelijk onmogelijk zijn geworden. Het maakt een zelfstandig en verantwoordelijk functioneren van individu, bedrijf, regering, volksvertegenwoordiging en justitie vandaag onmogelijk.
Artikel 9 Liberté de pensée, de conscience et de religion Stel rentevrager en betaler zouden vandaag duurzaamheid, vrijheid en democratisering in de praktijk willen brengen, dan worden ze chronisch terug gefloten omdat er eerst bureaucratische winst gemaakt dient te worden, de politiek-economische pensée unique van deze tijd. Deze heeft het onafhankelijk functioneren van het innerlijke geweten en het gezonde verstand doen laten afdalen in de diepst gelegen spelonken van het bewustzijn, in de naïeve hoop dat het zich koest zal houden. Vooralsnog is een wolkenkrabber bouwen voor de mens eenvoudiger dan doordringen in zijn eigen bewustzijn. De mens voelt zich meer thuis voor de televisie dan in zijn eigen belevingswereld. Maar hoe je het ook beschouwt, meer dan driekwart van het menselijke leven speelt zich onbewust af. Ondanks de talenten waarmee we de ruimte bevaren, doen we voor het grootste deel maar wat. Met alle gevolgen van dien. Conflicten, armoede, honger, oorlog, eenzaamheid, verdriet.... Juriaan Kamp in Omdat mensen er toe doen”
Artikel 10 Liberté d’expression Het vandaag ter discussie stellen van rente, winst en eeuwige groei is als een ketter in de middeleeuwen het bestaan van God of het functioneren van de Katholieke kerk ter discussie stellen. De brandstapels zijn vervangen door politieke, economische en juridische uitsluiting. "Massive poverty and obscene inequality are such terrible scourges of our times — times in which the world boasts breathtaking advances in science, technology, industry and wealth accumulation — that they have to rank alongside slavery and apartheid as social evils" “Massale armoede en obscene ongelijkheid zijn de vreselijke gesels van deze tijd – tijden waarin de wereld ongelofelijke vorderingen maakt op het gebied van wetenschap, technologie, industrie en welvaartsstijging – waardoor ze gerangschikt kunnen worden naast slavernij en apartheid als sociale onrechtvaardigheden. Nelson Mandela (1995)
Artikel 14 Interdiction de discrimination Concurrentie in de vrijwel ongetemde vorm zoals vandaag in de praktijk gebracht, staat gelijk aan economische apartheid en discriminatie, gevoed door de aanname dat geld op zichzelf geld waard is ten behoeve van een bureaucratische elite en ten koste van onze soevereiniteit, integriteit, leefmilieu, integratie en democratie. Waarbij ik wil benadrukken dat wij allemaal deel uitmaken van de bureaucratische elite. Want zonder het geloof van onderaf, dat geld op zich zelf geld waard is, bestaat er geen bureaucratische elite. EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron bezit niet dezelfde juridische bescherming als de Hutte Holding BV door de bescherming door de wet dat geld op zichzelf geld waard is.
Het beest in de ogen gekeken, vergeving gevraagd en ontvangen. Laat ons de deur naar het verleden sluiten, niet om het te vergeten, maar om ons niet gevangen te houden. Archbishop Desmond Tutu (Truth and Reconciliation committee in South Africa) Het is voor een integrale ondernemer verschrikkelijk om zich bewust te worden dat hij de sociale en economische discriminatie in stand houdt en zelfs chronisch bevordert.
Artikel 17 Interdiction de l’abus de droit Door mensen financieel afhankelijk te maken zijn ze een gemakkelijke prooi voor de bureaucratische winnaars; politiek, commercieel en juridisch. De 500 rijkste mensen in de wereld verdienen samen meer dan de
e) Het geknoei tussen regel en geest van de wet Hoe kan een mensheid die gelooft dat geld op zich zelf een waarde heeft, ooit zelf verantwoordelijk worden, op eigen benen leren staan? Of we nu ons bevinden binnen de politiek, justitie, wetenschap, media of bedrijfsleven, we zullen dienen te leren om te gaan met de realiteit. Wanneer we blijven vluchten in bureaucratische illusies, zullen we nooit efficiënt de samenleving vorm en inhoud kunnen geven. Het feit dat de economische kerngetallen inflatie en rentevoet met één streep tegen elkaar weggestreept kunnen worden, is vandaag nog een wetenschappelijk taboe. Al hoop ik niet dat we zoals in de tijd van Copernicus en Galileo daar nog ruim honderd jaar op moeten wachten voor dat een dergelijke eenvoud tot ons bewustzijn doordringt. Het argument van de belastingdienst dat wetgeving democratisch tot stand is gekomen snijdt hout, wanneer de samenleving daadwerkelijk democratisch is ingericht. Maar hoe democratisch is onze economie ingericht? Daar geldt keihard het recht van de sterkste. Is dat wat we verstaan onder democratie? We kunnen democratisch nog zoveel wetten en regels produceren om recht te brijen wat bij het begin al krom is, maar wanneer we daar niet naar durven te kijken, zijn we dan als mensheid nog wel een knip voor de neus waard? Het dieper gelegen doel van dit beroepschrift is het herstel van vertrouwen te bewerkstelligen, door een democratisering van de economie door de directe communicatie te verbeteren. Dit kan wanneer de huidige economische prioriteit, het maken van winst, welke leidt tot indirecte communicatie, te vervangen door duurzaamheid, participatie en ondernemersgeest. De regel van de wet kan daardoor weer tot leven komen in de geest van de wet, omdat mensen er weer toe doen.
3. Slotwoord Wie beslissen er vandaag werkelijk, de financiële wereld of de gewone burger, de democratie? We hebben ons vervreemd van de werkelijkheid, een tweedimensionale papieren schijnwereld uit de hoed getoverd, die vandaag zijn ijzeren wil aan de mensheid oplegt. Ten koste van zelfstandigheid, duurzaamheid en democratisering en duidelijk in strijd is met het Europese verdrag voor de rechten van de mens. Het heeft ertoe geleidt dat er vrijwel niemand zich meer echt verantwoordelijk voelt. Deze schuiven we af op “de ander” of “het systeem”. Een kafkaiaanse wereld creërend van wetten en regels waar de mensen gehoorzame uitvoerders/bewakers zijn geworden, het leven zelf verstikkend. De overheden, bedrijfsleven en media als gewillige loopjongens voor de financiële wereld, de samenleving met zich meesleurend, roepend dat het democratisch tot stand gekomen is en dus niemand er iets van mag zeggen. Dit verklaart waarom wij als samenleving, justitie, politiek en economie vanuit democratisch oogpunt zo ongelofelijk inefficiënt zijn geworden. Want in onze jacht naar winst (de indirecte communicatie) zijn we één klein dingetje vergeten: de mens, het leven zelf. Misschien is het tijd geworden dit te herstellen. Hopelijk wordt dit door het beroep bespreekbaar in de rechtszaal, het parlement en in de samenleving, dat is het belangrijkste doel van dit beroep. Om af te sluiten met een Cruijffiaanse opmerking: “Je gaat het pas zien als je het door hebt.” Met vriendelijke groet, De Hutte Holding BV
BIJLAGEN
|
Terug naar overzicht: Gesprek met de overheid |