De eerste brief inzake beroep op cassatie.

 

 

Hoge Raad der Nederlanden
Postbus 20303
2500 EH   DEN HAAG                                                    
                                                                                               Roquetaillade, 30 maart 2010

 

Zaaknummer: F 09/3608
Betreft: conclusie/repliek inzake beroep op cassatie                    Uw documentnummer: 4803761

Onderwerp: Is er leven na de dood?

               De wederopstanding van de geest van de wet, dan wel dood verklaard.

 

Geachte vertegenwoordigers van de Hoge Raad der Nederlanden,

Vrijdag 12 maart heb ik uw brief van 10 maart jl. ontvangen met in de bijlage het verweer van de Minister van Financiën en namens hem de directeur-generaal van de Belastingdienst.

De directeur-generaal schrijft daarin het volgende:

“Het Hof heeft geoordeeld dat in zakelijke verhoudingen bij het ter beschikking stellen van kapitaal rente wordt bedongen en dat zulks niet in strijd met enige nationale of internationale rechtsregel. Dit oordeel getuigt van een juiste rechtsopvatting.

Op grond van het vorenstaande ben ik van oordeel dat het ingestelde beroep niet tot cassatie van de aangevallen uitspraak zal kunnen leiden.”

Zelfverzekerd, zonder eventuele vraagtekens schrijft de directeur-generaal kernachtig blijkbaar boven alle twijfels verheven zijn verweer. Een bevoorrechte en comfortabele positie. In de brief van de Hoge Raad zelf wordt aangegeven dat ik de zaak mondeling kan toelichten, maar dat daar in de praktijk weinig gebruik van wordt gemaakt. Mocht ik de zaak toch mondeling willen toelichten dan kan dit uitsluitend via een advocaat.

Misschien zult u begrijpen dat het vinden van de juiste advocaat1 in deze procedure niet eenvoudig is. Wanneer deze de problematiek ervan doorgrondt en de moed heeft de consequenties ervan, voor een belangrijk deel innerlijk te ervaren dan is de kans toch vrij groot dat een advocaat er toch van af ziet en ik zal u proberen uit te leggen waarom. Deze door mij begonnen juridische procedure heeft tot doel, de belangrijkste politiek-economische aanname, niet alleen in Nederland maar op deze aardbol juridisch ter discussie te stellen, omdat deze aanname volgens eiseres2 een voedingsbodem voor chronisch onrecht is geworden. Wanneer een advocaat dit innerlijk begrijpt en daarmee dus in staat is om mondeling dit beroep op cassatie toe te lichten. Dan kan het bijna niet anders zijn, dan dat hij of zij te maken krijgt met een innerlijk conflict.

Want deze advocaat zal tegelijkertijd ook zijn huidige manier van broodwinning ter discussie stellen. Wanneer je zoiets fundamenteels als rente ter discussie stelt en of we het willen of niet, onze financieel-economische wereld is vandaag op weinig anders gebouwd. Dan stel je die wereld dus ter verantwoording, dat is wel de wereld waar een advocaat3 in belangrijke mate van leeft. Die wereld ter discussie stellen betekent dus ook dat je, je huidige bestaanszekerheid in de waagschaal legt. Een dergelijk sterk rechtvaardigheidsgevoel is misschien nog aanwezig tijdens het begin van een (rechten)studie, maar na de eerste jaren praktijkervaring ebt dit in de meeste gevallen al snel weg en passen we ons aan de heersende mores, omdat het nu eenmaal zo is. Kan ik er wat aan doen? Je past je aan of je gaat ergens waar dit nog zou kunnen in autarchie leven. Dat is de realiteit waar we, ook elders in de samenleving mee te maken hebben. De vraag of iets wel of niet rechtvaardig is en de toetsing aan ons innerlijk geweten verliest dan aan kracht en inhoud omdat de praktijk nu eenmaal weerbarstig is.  Wil je de zorg voor jezelf en familie veiligstellen binnen een wereld gebaseerd op onderlinge concurrentie, dan bind je qua ideaal en moraal al gauw in. Dat is de chantage die we vandaag verplicht zijn om met onszelf en anderen te spelen en die in dit beroep op cassatie ter beoordeling staat. Het is misschien wrang om te zeggen maar de advocatuur en juridische sector floreren financieel nu eenmaal beter in een onrechtvaardige samenleving dan in een rechtvaardige samenleving en nog beter in een onderling concurrerende samenleving! Kwestie van (onbewust/onwetend?) vraag en aanbod creëren4.

Dus dienen we ons af te vragen binnen dit beroep op cassatie of we met zijn allen niet bezig zijn om de rechtvaardigheid uit onzekerheid over ons eigen bestaan op korte termijn chronisch te compromitteren ten koste van democratie en rechtsstaat?

Een poging tot onderbouwing van het volgende lijkt me in het kader van dit beroep naar aanleiding van het korte verweer van de directeur-generaal noodzakelijk:

Een door onderlinge concurrentie verkregen geïsoleerde machtshiërarchie zal:

1. chronische onduidelijkheid en verwarring creëren

2. individuele en collectieve verantwoordelijkheid uit de weg gaan

3.zich richten op handhaving, versterking machtspositie (centralisering), zichzelf nauwelijks ter discussie stellend en dus weinig zelf herstellend/corrigerend vermogen binnen het systeem creëren

4. integratie, participatie, democratisering en directe communicatie tegenwerken

5. winnaars bevoordelen ten koste van het algemeen belang

6. identiteit, autonomie, authenticiteit en zelfstandigheid van individuen tegengaan

7. leiden tot stuurloze politiek, zich verschuilend achter een machteloze wetten- en regels berg en steeds verstikkender bureaucratisering.

8. leiden tot institutionalisering/centralisering van gevestigde belangen zowel publiek als zakelijk, daarbij innerlijk geweten verdoezelend en ontkennend

9. diversiteit, creativiteit en eigenheid ontmoedigen

10. weinig ruimte creëren voor rede, rechtvaardigheid en objectivering realiteit

11. een voortduring zijn van een wanstaltig compromis tussen enerzijds winst veiligstellen en anderzijds verantwoordelijkheid nemen, waarbij de winnaar van het compromis vandaag van te voren vaststaat.

 

Ik heb het hier over een geïsoleerde machtshiërarchie. Nederland en het westen zijn wel, een door onderlinge concurrentie verkregen machtshiërarchie, maar gelukkig niet volledig geïsoleerd. Er is een in technische zin behoorlijk werkend rechtssysteem en een eveneens in technische zin behoorlijk functionerende democratie. Dat zijn verworvenheden die we dienen te koesteren, waar veel mensen voor hebben gestreden en nog strijden. Ik heb zowel tijdens de zitting bij de rechtbank als bij het hof volledig de ruimte gekregen om te zeggen wat ik wilde zeggen en meende zelfs op sommige momenten een zekere betrokkenheid te proeven. Het creëerde iets van een gesprek tussen mensen, mensen vanuit verschillende achtergronden en verantwoordelijkheden maar er was sprake van uitwisseling. Dat kan alleen plaatsvinden wanneer er sprake is van wederzijds respect en dat heeft me geraakt, want ik had me ingesteld op koele technocraten die slechts hun werk doen omdat ze ervoor  betaald worden. Dat het onderwerp zelf toch als een te hete aardappel beschouwd wordt illustreert de uitspraak: U denkt toch niet dat we hier het financiële systeem ter discussie stellen? Tevens in haar uitspraak van 28 juli 2009: Het hof laat uitdrukkelijk in het midden of een verbod op het bedingen van rente wenselijk is, zoals belanghebbende stelt. Hetgeen ondergetekende aankaart wordt inhoudelijk niet behandeld, onder het mom van, dat zelfs het Europese Hof: de partijen de verplichting oplegt rente te vergoeden over de door het Europese Hof opgelegde betalingen, indien deze buiten de door het Hof gestelde betalingstermijn wordt gedaan……. Hiermee wordt de blijkbaar te hete aardappel alleen maar verder vooruitgeschoven of domweg genegeerd? Dat we één deel van de samenleving bij voorbaat hebben aangewezen als winnaar: de financiële wereld met als partner in crime vandaag de overheden, die zich op dit fundamentele punt ergens onwetend en onbereikbaar5 boven de wet verschansen, kan of mag tot op heden blijkbaar niet doordringen binnen de vertegenwoordiging van de Nederlandse Rechtsstaat. Het minste wat de Hoge Raad, zou kunnen constateren is dat we ons hier in een juridisch niemandsland bevinden. Al vind ik dat persoonlijk niet eens het geval, gezien de grond- en mensenrechten. Het juridische systeem heeft de lastige taak aanvaard om o.a. de bewaking van het maatschappelijke evenwicht op zich te nemen. Ondergetekende heeft proberen aan te geven dat de aanname dat geld uit zichzelf geld waard is in de loop der tijd een gecentraliseerde machtshiërarchie heeft gecreëerd ten koste van mens en samenleving. Vergelijkbaar met de opkomst en institutionalisering van het katholieke geloof. De grap is dat het woord krediet verwantschap heeft met het Latijnse woord credo, wat geloof betekent. Natuurlijk hebben we geloof (hoop) en vertrouwen nodig binnen een samenleving, maar alleen wanneer we het geloof in onszelf als mensheid herstellen kunnen we gaan bouwen aan een rechtvaardiger samenleving. Tot die tijd zijn we in belangrijke mate overgeleverd aan willekeur.

Wanneer we de macht collectief weg geven aan een aanname, zal er uiteindelijk een machtshiërarchie ontstaan vanuit de wetmatigheden van die aanname. Of we dit nu willen of niet, zal hier een machtsmonopoly uit voortkomen, wanneer deze niet door de mensen zelf of het rechtssysteem worden gecorrigeerd. Het gevaar is, ongeacht de vorm van de oorspronkelijke aanname, dat de macht zich centraliseert ten koste van de diversiteit, onafhankelijkheid (zelfstandigheid, autonomie) van het individu binnen het geheel.

Macht dient dus zo breed mogelijk in de samenleving, gedecentraliseerd in ieder mens ervaren worden. Dit kan alleen wanneer mensen zich kunnen vinden in een gemeenschappelijk fundament. Dit gemeenschappelijk fundament zal nooit kunnen ontstaan vanuit onderlinge concurrentie, waarbij gevraagd wordt om in een steeds voller wordende wereld te leven ten koste van de ander. Waarna de winst wordt afgeroomd om zogenaamd het evenwicht te herstellen. Dit kan nooit een gemeenschappelijke band creëren tussen mensen, we zijn dan een speelbal geworden van de machtsstructuren en conditioneringen. De geïnstitutionaliseerde macht van de financiële wereld en de daar uit voortvloeiende slaafsheid van overheid en samenleving staat dus wel degelijk in dit beroep op cassatie ter discussie en beoordeling.

Waarom functioneert onze democratie zo moeizaam? Wanneer het werkelijk zo economisch6 is om onderling te concurreren, dan is het misschien wel het domste wat een mens kan doen, namelijk zijn macht te delegeren naar iets dat hem of haar zegt te vertegenwoordigen. Dan weet je van te voren dat je van een koude kermis thuiskomt. Ik ben niet tegen een gedelegeerde democratie, maar dan moet deze wel kunnen functioneren ten behoeve van de samenleving. Ook de gedelegeerde democratie zit gevangen in het bijvoorbeeld moeten winnen van verkiezingen of een debat.  Het verkopen van een boodschap in een ander jasje in de hoop dat de kiezer het jasje mooier, sympathieker of beter vindt. Maar daarbij ontkennen we bij voortduring, de basis, in juridische terminologie de grondwet waarin ieder mens gelijk en onderling verantwoordelijk is. Dit ‘moeten scoren’ binnen de huidige context is en blijft gebakken lucht. De verkoop, dan wel instandhouding van een bureaucratische illusie. Resulterend in een sociaal-liberaal begoocheling. Waarin socialisten willen dat de bureaucratische illusie ten goede komt aan iedereen en liberalen vinden dat deze illusie ten goede komt aan het individu die de bureaucratische illusie heeft gecreëerd. Hiermee eeuwig om de brei heen draaiend, de mening van de ander saboterend in plaats op zoek te gaan naar consensus, het in praktijk brengen van de gemeenschappelijke basis, in juridische zin: de grondwet en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wanneer we deze niet in de praktijk brengen, hebben we steeds meer nieuwe wetten en regels nodig ter compensatie, maar per saldo verandert er niets4.

Het is de taak van de politiek om duidelijke kaders, wetten en regels te formuleren waarbij de grondwet mijns inziens de belangrijkste is. Deze dienen echter in de praktijk te worden gebracht door mensen, waar ze zich ook bevinden in de samenleving. Het verbinden van mensen en het ervaren van die individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheid is de meest wezenlijke taak van de overheden. Dit kan alleen wanneer de gedelegeerde macht van burgers naar overheden, om randvoorwaarden voor de samenleving te creëren, terugkeert naar de samenleving om daar door mensen in de praktijk tot uitvoer te worden gebracht (inclusief overheden!) Alleen op deze manier zal de kloof tussen politiek en burgers gedicht kunnen worden.

Geïnstitutionaliseerde macht is het grootste gevaar wat betreft de naleving van de grondwet. James Surowiecki schrijft in zijn boek Twee weten meer dan één (oorspronkelijke titel: the wisdom of crowds) op een originele manier de voorwaarden die nodig zijn waardoor een democratie tot leven kan komen:

Voor wijsheid van de massa is nodig: diversiteit, onafhankelijkheid, decentralisatie en aggregatie (coördinatie, een systeem waardoor individuele beslissingen worden omgezet in een collectieve beslissing.)

Macht als op zichzelf staand fenomeen moet hier niets van hebben. Bekeken vanuit macht, is democratisering en rechtsstaat niets anders dan een vorm van anarchie dat onmiddellijk de kop moet worden ingedrukt. Het de uitdaging van dit beroep op cassatie, om de hiërarchie (iets wat normaal is binnen een samenleving) en dus ook de macht, te kunnen laten samengaan met rechtvaardigheid en democratisering. Hierdoor zal het natuurlijke gezag van de overheden zich kunnen herstellen.

Het is niet altijd even gemakkelijk om in mijn eigen schoenen te staan in deze procedure, maar ik zou het zeker niet gemakkelijker hebben gevonden, wanneer ik zitting zou hebben gehad binnen het Hof om tot een juist oordeel te komen, over de door mij aangekaarte problematiek. De andere kant opkijken zou voor mij geen optie zijn, maar zodanig een uitspraak formuleren waarin het recht zegeviert en tegelijkertijd ruimte creëert, dat mensen ervaren dat ze ertoe doen en dat ze weer het heft in eigen hand kunnen nemen door lokaal en internationaal samen te werken, weer grip op hun leven kunnen krijgen in relatie tot anderen. Ik weet niet of er zo’n uitspraak mogelijk is, die recht doet aan iedere burger in de Nederlandse samenleving, zonder dat de angst het wint van de hoop. Zonder dat de frustratie en de haat het winnen van realisme en creativiteit. En toch is dat wat ik heb gevraagd aan het Hof, om zo’n uitspraak te doen. In een al verweesde samenleving als de onze zal dat voor velen aanvoelen als een soort dubbelverraad, nog meer in de steek gelaten dan nu al het geval is. Dat is de lastige horde en ogenschijnlijke paradox die we verplicht zijn om te nemen, tenminste als we nog geloven in democratisering en rechtsstaat.

De lastige boodschap zal zijn dat de appel die we naar de markt hebben gebracht, niet een appel plus bijvoorbeeld tien procent is, maar gewoon die appel is, niet meer maar ook niet minder.  Het betekent dat we van laag tot hoog binnen de hiërarchie dienen af te zien van de bureaucratische beloning, de rekenkundige hefboom en de boekhoudkundige corruptie waar we zo afhankelijk van zijn geworden.  Die onze onderlinge communicatie volledig heeft verziekt en wat erger is in vele gevallen onmogelijk heeft gemaakt. Het heeft ons denken en handelen in flinke mate heeft geconditioneerd en vertechnocratiseert. Waarbij we in twee verschillende werelden leven, eentje waarin we donders goed weten dat een appel een appel is maar ook eentje waarin een appel een appel is, plus of min tien procent, onder invloed van wat we marktwerking noemen. Hoe lang of kort we hier ook over doorpraten of analyseren, we hebben onszelf en anderen hiermee een bureaucratisch rad voor de ogen gedraaid en alles bij elkaar opgeteld en afgetrokken kunnen noch wij, noch economen, noch politici door de bomen het bos zien. Met als gevolg dat iedereen een andere belevingswereld verdedigt en daar de ander van probeert te overtuigen. Met alle gevolgen van dien. De angst regeert, verdeelt en heerst van hoog tot laag een gefragmenteerde samenleving zonder onderlinge binding opleverend.

Blijven we de andere kant opkijken, wanneer we het systeem zijn macht geven en als dank zijn bureaucratische aalmoes gretig aannemen? Is dat het wezen van de zichzelf bewust wordende mens binnen het geheel? De mens heeft vandaag voor een belangrijk deel zijn geweten in de uitverkoop gezet omdat de machtsmechanismen dit in zeer belangrijke mate van hem eisen. En ja, je moet dan stevig in je eigen schoenen staan om daar weerstand aan te kunnen bieden. En dat is niet iets wat de overheid aanmoedigt, we willen er tenslotte voor beloond worden (lees: afhankelijk blijven!) De bureaucratische beloning die we als schuld voor ons uitschuiven.

Ondergetekende kan slechts hopen dat de Hoge Raad de juridische moed vindt om de regel van de wet7 weer invulling te geven door de geest van de wet8 inhoudelijk en rechtvaardig ten dienste van de samenleving tot leven te laten komen.

De geest van de wet kan in een onderling concurrerende samenleving/economie maar zeer moeilijk tot leven komen en vraagt ongelofelijk veel inspanning van de betrokkenen om überhaupt te kunnen evolueren richting een rechtvaardig dynamisch evenwicht. ‘Winnaars’ eigenen zich al dan niet bewust meer rechten toe dan de ‘verliezers’, ze hebben ten slotte niet voor niets gewonnen. De winnaars zullen vervolgens hun verworvenheden (politiek, economisch, bureaucratisch en/of juridisch) beschermen en  daarmee worden de intenties van het gelijkheidsbeginsel chronisch om zeep geholpen en in feite onmogelijk gemaakt.

Concurrentie leidt uiteindelijk tot een economische apartheid, de Berlijnse muur die zich vooral binnen onze psyche bevindt, die de communicatie in een hiërarchie vooral top-down maakt en vaak eenzijdig gericht op de uitoefening van macht (domineren en najagen van winst etc.) De bottom-up communicatie wordt hierdoor vaak als lastig ervaren en een rem op machtsuitoefening en potentiële winst. Concurrentie gaat oprechte integratie en participatie van individuen uit de weg, het creëert uiteindelijk een slaafse, onverschillige en gesloten hiërarchie in plaats van een dynamische open hiërarchie, waarbinnen individuen tot bloei kunnen komen.

Zijn we bijvoorbeeld binnen een hiërarchie gebaseerd op onderlinge concurrentie in staat, als het puntje bij paaltje komt, ons eigen functioneren ter discussie te stellen? Dat is de confronterende vraag en uitdaging voor iedereen binnen de samenleving ongeacht de positie die we innemen. Een vraag en uitdaging die de directeur-generaal van de belastingdienst zich niet bewust lijkt, door zich te beroepen de constatering van het hof dat: “in zakelijke verhoudingen bij het ter beschikking stellen van kapitaal rente wordt bedongen en dat zulks niet in strijd is met enige nationale of internationale rechtsregel”. Zonder enige kanttekening dan wel nuance. Angst voor sancties van zijn meerderen, opgesloten in de ivoren toren van de macht? Een door carrière verstikt geweten onder het mom van: zo is het nu eenmaal, befehl ist befehl en daar gaan we verder geen vraagtekens bij plaatsen? Vermoedelijk heeft hij erin die zin nooit over nagedacht, onbewust, onwetend van de plek en onafhankelijkheid ten opzichte van het systeem die een mens kan en mag innemen. Gehoorzaamheid aan het systeem, de heersende mores is nu eenmaal comfortabeler en minder confronterend..

In een concurrerende bureaucratie en economie gaat het om macht (voorsprong) niet om de verantwoordelijkheid, die schuiven we af naar het abstracte geheel.  Voor de duidelijkheid hiermee heeft de overheid zich in een onmogelijke situatie gemanoeuvreerd, waardoor ze het natuurlijk gezag in de loop der tijd voor een belangrijk deel heeft verloren. Dit is wat centraal dient komen te staan in de beoordeling/analyse van dit beroep op cassatie: het evenwicht en synthese binnen een samenleving tussen macht en verantwoordelijkheid. Vandaag is deze vrijwel geheel doorgeslagen naar het nogal blinde machtsdenken5.  Dit is logisch uitgaand van onderlinge concurrentie, dan dien je namelijk individueel te overleven. Verantwoordelijkheid nemen in je eigen handelen naar het geheel is daarbij vaak een lastige kostenpost/confrontatie die we proberen te ontwijken of onder het vloerkleed te vegen om zodoende de winststroom dan wel onze carrière veilig te stellen.

De maatschappelijke uitdagingen stapelen zich hierdoor op, waardoor de collectieve schuld astronomisch toeneemt9, want niemand is nog (mede)verantwoordelijk voor de samenleving als geheel. De overheden bevinden zich hier tussen wal en schip. Uiteraard wil men ingrijpen, maar in negen van de tien gevallen zullen inhoudelijke maatregelen ten koste gaan van de invloed of de winststroom van iets of iemand. Dus bakkeleien we zo lang mogelijk door, tot we ingrijpen. Ook de modekreet duurzame groei9 zal deze logica niet kunnen veranderen, wanneer onderlinge concurrentie en groei de belangrijkste economische uitgangspunten blijven: leven op kosten van anderen. De overheden dienen zich binnen een dergelijke context wel bezig te houden met pappen en nathouden, want we kunnen de winststroom niet ter discussie stellen binnen een context waar het najagen van winst de belangrijkste economische activiteit is. Maar feitelijk spelen we hier als mens vooral verstoppertje, de werkelijke maatschappelijke uitdagingen chronisch voor ons uit schuivend. De simpele oprichting van een bedrijf met beperkte aansprakelijkheid illustreert in al zijn eenvoud het wanstaltige niets oplossende compromis welke enerzijds winst probeert te bevorderen en anderzijds verantwoordelijkheid probeert te ontlopen10.

Het heffen van bureaucratische belastingen zal daar niets structureels aan kunnen veranderen hoe hoog of laag we deze ook maken, omdat het onze basisconditionering, het ontwijken van maatschappelijke verantwoordelijkheid door politiek en burgers onaangetast laat: het najagen van winst en macht, het meer binnenhalen dan we geïnvesteerd hebben, uiteraard op kosten van de rest. We stapelen crisis op crisis, zonder de moed ons zelf af te vragen wat de oorzaken zouden kunnen zijn van deze crisissen? Want dan zullen we gedwongen zijn om ons eigen functioneren binnen het geheel onder de loep te nemen. Dit heeft meestal geen gunstig effect op onze maatschappelijke positie bezien vanuit het machts-, dan wel carrière denken. Het is echter de enige manier om vastgeroeste conditioneringen te doorbreken, dat we bewust worden van ons eigen (niet) handelen binnen het geheel.

Vandaag spelen we een chronisch bureaucratische verstoppertje in onze tweedimensionale wereld van cijfers en getallen. En wanneer je er op zoek naar gaat, is uiteindelijk niemand verantwoordelijk. We zijn verantwoordelijk voor de papieren winst of een andere vorm van macht die iemand bijdraagt aan de organisatie. Dat is waar we onze maatschappelijke status aan ontlenen. Met als resultaat dat ons crisismanagement er vrijwel alleen maar op gericht is om te redden wat feitelijk een bureaucratische machtsillusie is. En daarmee de schuld (moreel en financieel) chronisch doorschuivend naar  toekomstige generaties omdat we vandaag geen tijd hebben voor deze maatschappelijke prioriteiten. Als verantwoordelijke wijzen we de naar de ander, het systeem of de logica van het systeem. Hiermee onszelf een brevet van onvermogen opspellend, want je eigen functioneren ter discussie stellen is dodelijk binnen een op machtstrijd gebaseerde economie. Feitelijk verkeert slechts ons geloof in de bureaucratische meerwaarde in een crisis en worden er miljarden papieren schuld in het systeem gepompt om deze bureaucratische illusie/geloof van de ondergang te redden. Economisch en rechtvaardig?

Dit is onze gezamenlijke vlucht uit de realiteit, dan wel de klucht binnen de realiteit: een papieren schijnwereld die winst najaagt. En om de maatschappelijke uitdagingen op te lossen hebben we bedacht dat we nog meer van dit illusoire papier dienen te produceren om uit de problemen op te komen9. De oorsprong van deze vicieuze logica ligt in de aanname, dat geld uit zichzelf geld waard is in de vorm van rente en de inmiddels honderden financiële derivaten, die een volledig op hol geslagen bureaucratisch leven leiden op kosten (lees: ontkenning) van de samenleving. We zijn hier als mens en politiek zo afhankelijk van geworden dat we niet meer beseffen dat we dit zelf gecreëerd hebben en dat we het dus ook weer kunnen veranderen. Dit laatste is de geest van de wet in uitvoering. Maar wanneer we zelf niet meer het gevoel hebben om van koers te kunnen veranderen, sterft langzaam deze geest van de wet in ons, overgeleverd aan een oerwoud van wetten en regels die met prima intenties proberen te redden, wat er te redden is. Maar kansloos is, omdat we onze ‘economische’ basisconditionering niet ter discussie stellen: het najagen van winst en macht, onze angstige en instinctieve vorm van (schijn)veiligheid.

Het is een illusie om te denken dat dit alleen binnen de privésector plaats vindt, onze publieke sector is er volledig van afhankelijk. Een uitkeringstrekker zit met alles wat er tussen zit in het zelfde bootje als een CEO: er meer uithalen dan je hebt bijgedragen, zonder dat we ons met de confronterende vraag bezig houden: waar komt dit meer dan vandaan? Net als de schuld, schuiven we die vraag door naar de toekomst, naar onze onwetende kinderen. Zullen zij meer moed en rechtvaardigheidsbesef hebben dan wij nu, om deze uitdaging op te pakken?

Wanneer wij vandaag niet door deze zure appel heen bijten, dan zal deze morgen alleen maar nog wrangerder, bitterder en nog pijnlijker worden, gezien de ons zelfontkennende vicieuze cirkel waarin we ons vandaag bevinden.

Ondergetekende, is van mening dat  de Hoge Raad in zake, de uitspraak van het Hof tot cassatie dient over te gaan. De aanname, dat geld, geld waard is in de vorm van rente heeft een wereld gecreëerd waarin mensen ondergeschikt zijn geworden aan zijn bureaucratische wetmatigheden. De mens heeft zich hierdoor vervreemd van: de rechten en mogelijkheden van de mens, het leven zelf, de realiteit, zijn innerlijke vrijheid door een slaafse conditionering, een rechtvaardig dynamisch evenwicht, zijn innerlijk geweten en daarmee zijn vrijheid tot meningsuiting ontkennend, zijn menselijke gelijkwaardigheid door een hiërarchie vooral gebaseerd op macht, waardoor een juridisch systeem onmogelijk zijn werk kan doen om te evolueren naar een rechtsstaat en daarmee kan de samenleving zich niet ontwikkelen naar een open democratie op basis van naar zelfstandigheid evoluerende individuen in relatie tot het geheel. 
(Een hele mond vol, afgeleid van artikelen uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de mens)

 

De Hoge Raad heeft een eenvoudige maar tegelijkertijd zeer lastige keuze te maken tussen enerzijds de macht en het daar uit voortkomende systeem en conditionering of anderzijds de mens die met vallen en opstaan zich bewust wordt van de wereld waarin hij leeft. Niet ten koste van het leven, maar integraal deel uitmakend van het leven. Door in juridisch opzicht voorzichtig, maar vastberaden op weg te gaan naar de wederopstanding van de geest van de wet binnen de regels van de wet. Wanneer we dit tot ons door laten dringen, dan is het vrijwel onvermijdelijk om niet iets van anarchie en rebellie te ervaren. Dit is nodig om verandering mogelijk te maken, een bijdrage van binnenuit de samenleving, de oorsprong van democratie, de mens zelf. Maar anarchie dient ook in toom te worden gehouden, zeker gezien de enorme frustratie (energie) die ligt opgeslagen in de samenleving en die zoekt naar een uitweg. Deze opgeslagen frustratie dient constructief getransformeerd te worden voor de (her)opbouw van de samenleving, niet voor zijn destructie. Dit is waarom het zo belangrijk is waarom we het systeem van binnenuit dienen te veranderen door de mensen zelf en niet van buiten daar toe gedwongen worden met alle nog grotere maatschappelijke chaos en ellende van dien. Het oude systeem gebaseerd op blinde en angstige macht is stervende, ook los van dit beroep op cassatie, daarvoor hoef je slechts je ogen en oren de kost te geven om de bitterheid en frustratie binnen onze samenleving te kunnen proeven. Een samenleving, gebaseerd op eigen initiatief, samenwerking, creativiteit en solidariteit is uiteraard al volop in de samenleving aanwezig, maar ook kwetsbaar en fragiel. Hier beetje bij beetje ruimte voor creërend, waarbij individuele vrijheid en verantwoordelijkheid hand in hand gaan. Dat is het nieuwe fundament en kader van de samenleving die we de komende vijf – vijftien jaar dienen te grondvesten en inhoud te geven om de toekomst van Nederland, Europa, Aarde en mens veilig te stellen. Daar hebben we elkaar hard bij nodig in alle diversiteit, creativiteit, capaciteit en moed.

Het gaat ondergetekende er in dit beroep op cassatie er niet om, om te winnen of te verliezen, want dat is juist wat ondergetekende ter discussie en analyse probeert te brengen. Concurrentie gaat ten koste van rede, gezond verstand, objectivering van de realiteit en waarheidsbevinding. Nee het gaat ondergetekende erom ruimte te creëren, om de aangekaarte problematiek in het juridische daglicht te brengen. Dat we er de moed voor verzamelen om ernaar te kijken, de mechanismen en maatschappelijke conditioneringen die er uit voortkomen leren waar te nemen en hoe dit ons eigen functioneren binnen de samenleving beïnvloed. Dat we de geest van de wet maar met moeite in onszelf kunnen ervaren, waardoor we ons afgesneden voelen, onvermogend om een constructieve bijdrage tot verandering te kunnen leveren. De grondwet en het Europese verdrag hebben de intentie om dit te kaderen, waardoor mensen zich veiliger kunnen voelen. Maar het kan alleen tot leven komen wanneer mensen dit  praktisch invullen. Instituties kunnen dit enigszins bewaken maar zonder praktische en inhoudelijke invulling van de mens is de grondwet of het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens gewoon dood papier. Om een eerste stap te kunnen zetten dient de Hoge Raad maar ook de wetgever te kijken naar de juridische context van de aanname dat geld, geld waard is in de vorm rente. Bij mijn weten is deze aanname in juridische zin nooit formeel inhoudelijk gekaderd laat staan getoetst. Aristoteles schijnt in Ethics, geschreven te hebben (het hangt af van de vertaling) ….. money exists not by nature, but by law. Staat deze (onbeschreven) wet ten dienste van de macht of ten dienste van de mens, strevend naar een rechtvaardig dynamisch evenwicht, de geest van de wet?

Die keuze hebben we vandaag en die komt niet iedere dag aanwaaien, de geest van de wet is in potentie aanwezig in ieder mens. Zij staat in geen enkel wetboek beschreven en kan alleen tot leven komen door mensen die de regels van de wet respecteren en inhoud proberen te geven. Handle with care, de geest van de wet is ongelofelijk kwetsbaar, maar ze dient innerlijk versterkt te worden door beetje bij beetje ruimte te creëren door een duurzaam huwelijk aan te gaan tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, wat de kiem van bewustwording en beschaving11 wordt en is.

De (h)erkenning van de Hoge Raad dat we hier te maken hebben met een fundamenteel juridische en maatschappelijke problematiek is een eerste stap op weg naar een inhoudelijk herstel van het vertrouwen in de Rechtstaat, Overheden, Democratie en daarmee in ons eigen functioneren binnen de samenleving.

Mocht de Hoge Raad der Nederlanden nog vragen hebben dan sta ik u uiteraard graag ten dienste in deze lastige maar ook uitdagende procedure, al zal ik uiteraard niet op iedere vraag een zinvol antwoord weten.

Hoogachtend,

De Hutte Holding BV
Peter Hoopman                                                       
p/a Château de Roquetaillade                               
12490 MONTJAUX                            petitchateau@wanadoo.fr
Frankrijk                                              tel. 00 33 (0)5 65 58 19 59

 

1 Voor het begin van het eerste proces heb ik een advocaat gevraagd als klankbord. Nadat hij het gelezen had, gaf hij telefonisch aan: meneer Hoopman zeer interessant maar u heeft minder dan min dertig procent kans op een goede afloop, u zult weggestopt worden in een dossiermap en daar als het puntje bij paaltje komt, gewoon worden genegeerd.
2 Grappig, in dit geval voel ik me wel eiseres, zo zie je maar weer, dat de innerlijke contexten weer kunnen veranderen
3 Maar ook journalisten, ambtenaren, wetenschappers, zakenmensen, onderwijzers, iedereen inclusief mezelf leven vandaag in feite op kosten van democratie en rechtsstaat.
4 In het lokale suffertje Journal de Millau lees ik dat er jaarlijks 37.000 nieuwe wetten, decreten en regels verschijnen in Frankrijk. Om vervolgens te melden: Om u als ondernemer behulpzaam te zijn heeft de kamer van koophandel van Aveyron een platform van vijftig juridische specialisten opgericht om u terzijde te staan. Selffullfilling prophecy? Ik vermoed dat in het wat pragmatischer Nederland het wat rustiger aan doet op dit gebied, maar dat er ook nog het nodige wordt gepresteerd.
5 Zie ook bijlage I & II: Enkele vragen ….. &  De gesloten deur van de macht…..
6 Het is economisch bezien van uit macht, maar oneconomisch bezien vanuit algemeen belang.
7Het juridische huis van de samenleving/rechtsstaat
8 De zich ontwikkelende mens binnen dit huis
9 Hoeveel miljarden zouden er nodig zijn om onze schulden af te lossen of om een duurzame economie mogelijk te maken? Wat we hier vermoedelijk vergeten, is dat alleen de mens zelf duurzamer kan proberen te handelen, maar doordat we hiervoor beloond willen worden, blijven we met onszelf en elkaar chantage spelen. De 'beloning' (lees: de realiteit) is de handeling die we wel of niet verrichten, die kun je niet nog eens extra gaan belonen, want daarmee houden we onszelf en anderen voor de gek, afhankelijk en gevangen binnen een bureaucratische matrix die het allemaal wel voor ons zal gaan regelen. Een matrix die als het puntje bij paaltje komt, niets, maar dan ook werkelijk niets inhoudelijks kan oplossen. Hiermee ontkennen we onszelf de kracht (hier mag men ook het woord macht lezen) volledig medeverantwoordelijk te kunnen zijn voor de wereld waarin we leven.
10 Het idee van het jaar door Juriaan Kamp: http://nl.odemagazine.com/doc/0073/Het-idee-van-het-jaar/
11 Hans van Mierlo definieert treffend beschaving als volgt: Bekommernis om het lot van de ander.


Bijlage I: Enkele vragen om de geest van de wet, het juridisch economisch-democratische debat te verdiepen.

Bijlage II: De gesloten deur van de macht…

Bijlage III: Wat verandert er in een wereld zonder rente?

Bijlage IV: Onderweg naar een vrije markt van, voor en door mensen

Bijlage V: Kopie verweerschrift directeur-generaal Belastingsdienst van 4 maart jl.

 

 

 
  Terug naar de beginpagina Enkele vragen