Terug naar overzicht "gesprek met de overheid"

 

Rechtbank Arnhem
Postbus 9030
6800 EM   Arnhem
Pays Bas

Cc aan belastingdienst Doetinchem
                                                                      
                                                                       Roquetaillade, 26 mei 2008

 

Hoger Beroep inzake procedurenummer 07 / 359 27 97

 

Geachte rechtbank van Arnhem,

Dit hoger beroep behandelt :

  1. Het hoger beroep naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank

 

1.1 Ontstaan van het geding
1.2 Feiten
1.3 Geschil
1.4. Beoordeling van het geschil
1.5 Proceskosten
1.6 Beslissing

  1. Het staatkundige, politieke, juridische en economische dilemma

 

  1. Voorwaarden om als een concurrerende democratie weer met elkaar in gesprek te komen.

 

1. Het hoger beroep naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank

1.1 Ontstaan van het geding    

Geen extra toevoeging.

1.2 Feiten

Een kleine toevoeging:

De inkomsten van de Hutte Holding BV in 2007 bestonden uit:

Rente banktegoeden: zodra ik deze gegevens van de accountant ontvang zal ik deze naar de rechtbank Arnhem toesturen.

Rente EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron : idem.

In bijlage II wel de gegevens over 2005

1.3 Geschil

Hier geeft de rechtbank in de uitspraak de volgende omschrijving:

In geschil is of verweerder terecht de door de eiseres ontvangen rentevergoedingen tot fiscale winst heeft gerekend.

Dit is een deel van het geschil maar volgens de eiseres niet de belangrijkste of de essentie van het geschil. De kern van het geschil is de vraag of geld werkelijk op zichzelf geld waard is? Volgens eiseres gaat het hier om een aanname die op geen enkele wetenschappelijke basis is gebaseerd en waarmee de Nederlandse Rechtsstaat haar onafhankelijkheid heeft ingeleverd ten faveure van de bureaucratie, de papieren economie, die bij het begin van het grote concurrentiespel al aangewezen is, als winnaar.
De rechtbank mag best wel eens z’n hersenen knarsen over de gevolgen van de aanname dat geld op zich geld waard is. In de uitspraak van 17 april blijkt niets dat de rechtbank hier inhoudelijk over heeft nagedacht. Wat gezien het onderwerp en de maatschappelijke belangen niet eenvoudig en bovendien niet te onderschatten is.

 

1.4. Beoordeling van het geschil

In de uitspraak van 17 april 2008 staat:

Namens eiseres is ter zitting bevestigd dat zij in het onderhavige jaar daadwerkelijk rente heeft genoten over de banktegoeden  en vorderingen op EURL. Deze rente-inkomsten behoren tot de fiscale winst van eiseres. Verweerder heeft bij het vaststellen van de onderhavige aanslag mitsdien terecht rekening gehouden met de rente-inkomsten.

Rationeel gezien zou EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron allang failliet verklaard moeten zijn, ze wordt net als vandaag de macro-economie kunstmatig in leven gehouden. Of vanuit een andere invalshoek bekeken: hij wil maar niet dat de navelstreng doorgeknipt wordt, waardoor hij op eigen benen gaat leren staan.

In bijlage II de gegevens van de reële en virtuele rente inkomsten van EURL Petit Chateau de Roquetaillade – Aveyron in 2005 om een indruk te krijgen.  De lening van EURL Petit Chateau de Roquetaillade – Aveyron zal redelijkerwijs niet afgelost kunnen worden, noch zal de rente ooit betaald kunnen worden.  Faillissement is dus het meest logische. De enige reden van bestaan vandaag, naast het ontvangen van gasten van EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron is zich te bevrijden uit het bureaucratische fascistische web dat we samen gesponnen hebben. Zodra recentere boekhoudkundige gegevens beschikbaar zijn, zal ik die de rechtbank en de belastingdienst doen laten toekomen. Over de werkelijke ontvangen rente ben ik uiteraard bereid om belasting over te betalen, maar nogmaals dit is niet de essentie van de rechtszaak en van dit hoger beroep. 

De vraag/essentie is: wat voor soort onderneming, ondernemer dienen de Hutte Holding BV, Peter Hoopman en EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron te zijn, binnen de randvoorwaarden die de overheid, rechtsstaat en de tot op vandaag ontstane jurisprudentie.

Namens eiseres is ter zitting betoogd dat een crediteur en debiteur gelijke gevallen zijn maar dat zij door het feit dat de debiteur rente moet betalen en de crediteur rente ontvangt, ten onrechte in een ongelijke positie van elkaar verkeren. Deze ongelijkheid kan volgens eiseres worden weggenomen door geen rente ter zake van geldleningen in rekening te (moeten) brengen. Dit laatste is volgens eiseres slechts mogelijk indien in de samenleving de veronderstelling dat geld waarde heeft wordt verlaten. De rechtbank is gehouden deze grond van eiseres juridisch te kwalificeren. De rechtbank vat deze grond op als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiseres wenst als crediteur kennelijk op een dezelfde wijze behandeld worden als een debiteur. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is sprake indien gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Naar het oordeel van de rechtbank is van gelijke gevallen geen sprake, omdat de situatie van eiseres als crediteur – in het huidige economisch stelsel – feitelijke en rechtens wezenlijk verschilt van de debiteur. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt derhalve.

Het is denk ik heel normaal dat crediteuren terugbetaald worden, schulden dienen indien mogelijk te worden afgelost. Het cruciale punt dat ik heb proberen aan te voeren is dat, door geld een waarde op zich te geven, crediteuren naast terugbetaling nog een wettelijk beschermd extraatje krijgen in de vorm van winst of rente. Hiermee wordt een normale evenwichtige uitwisseling, een ruil waarbij de één er meer uithaalt dan hij er in gestopt heeft aangemoedigd (verplicht) en beschermd door de overheid. Hiermee wordt een gezond machts- of ruilevenwicht verbroken en het gelijkheidsbeginsel hoe bescheiden soms ook, meteen in het begin al geweld aangedaan. Vanuit de huidige politiek-economische context is dit logisch, zelfs noodzakelijk. In praktische en abstracte zin kan op de markt, winst (en rente) alleen ontstaan wanneer er sprake is van machtsverschil. De overheid heeft zonder dat ze zich daar bewust van is de winnaar bij voorbaat aangewezen, de renteontvanger, waardoor het gelijkheidsbeginsel bij het begin van het grote concurrentie spel al onderuit gehaald is.

Ik ben vandaag gedwongen door de huidige “politiek-economische” voorwaarden, ongeacht of ik het harnas van de Hutte Holding BV of die van de EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron aantrek, er meer uit te halen dan dat ik er in stop.

Wat houdt dit in, wat betekent dit eigenlijk, wat voor soort communicatie/samenleving creëer je uitgaand van een dergelijke logica/ mechanisme? Welke in feite vandaag te zien is als de basisbouwsteen van onze politiek-economische samenleving!

Is dat de integratie waar we de mond zo vol van hebben, de normen en waarden, de ethiek van ons denken en handelen?

Ik denk of liever gezegd hoop ik, dat de overheid zich hier niet bewust van is, maar wat ze feitelijk van me vraagt is een roofdier en een dief te zijn, dat zijn de fundamenten waarop we vandaag de kathedraal: rechtsstaat en democratie proberen te bouwen. Een samenlevingskathedraal die probeert een rechtvaardige synthese te zijn tussen vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit bouwend op de uniciteit van ieder individu.

Volgens mij is dit onmogelijk, onrechtvaardig, ondemocratisch en oneconomisch. Ik kan en wil geen gelegaliseerd roofdier of dief meer zijn, dat leeft ten koste van anderen, democratie en leefmilieu, dat is de inzet van dit hoger beroep.

1.5  Proceskosten

Hierbij bedankt de eiseres de rechtbank dat ze niet tot proceskostenveroordeling  is overgegaan. Tevens wil ik de rechtbank Arnhem en de belastingdienst in de persoon van dhr. X. X. Xxxxxxxx het compliment maken voor de constructieve houding zoals ik dat heb ervaren tijdens de zitting van 13 maart 2008. Ik was hier zeer aangenaam door verrast, mogelijk is dit pure winst in de integrale betekenis van het woord.

 

1.6 Beslissing

            De rechtbank heeft het beroep op 17 april j.l. ongegrond verklaard.

            Deze uitspraak is voor eiseres aanleiding om in hoger beroep te gaan.

 

  1. Het staatkundige, politieke, juridische en “economische” dilemma

Wanneer de rechtbank weloverwogen nadenkt over dit hoger beroep, dan zal ze al snel voor een lastig dilemma komen: aan de ene kant de mogelijke chaos die kan uitbreken bij het gegrond verklaren van dit beroep of de huidige onrechtvaardige onderliggende chaos laten voortwoekeren.  Geen van beide lijkt mij een goede optie, hopelijk vind de rechtbank de moed en creativiteit in het vinden van de juiste middenweg. Uiteraard beseffend dat dit een medeverantwoordelijkheid is voor iedere burger woonachtig in Nederland en Nederlanders die in het buitenland wonen.

Wil hier tevens ingaan op een opmerking van de rechter tijdens de zitting van 13 maart j.l. die mij na afloop heeft bezig gehouden, daar in gaf hij aan dat ik misschien beter een opiniestuk zou kunnen schrijven om de publieke opinie te beïnvloeden. Met het gevaar dat ik het verkeerd interpreteer, maar betekent dat, dat de publieke opinie de “realiteit objectiviteert”? Betekent dat and correct me if I am wrong, dat de rechtbank zelf niet in staat is om de realiteit te objectiveren of daar op z’n minst daar toe te pogen? In de hoop dat de rechtbank humor verdraagt, het verklaart misschien waarom het populisme dan wel de waan van de dag het zo lekker doen. Moet ik dan toch maar een reclamebureau en een mannetjesmaker inschakelen?

 

  1. Voorwaarden om als een concurrerende democratie weer met elkaar in gesprek te komen.
                                   Naar een werkelijk open en vrije markt, van, voor en door mensen

Helaas hier geen tijd voor om in het kader van dit hoger beroep dit verder uit te werken. Maar belangrijk en essentieel is de zelfstandigheid en autonomie van het individu binnen het geheel te versterken, inhoud en ruimte te geven.

Dit wordt alleen mogelijk wanneer de gemeenschappelijke prioriteiten weer duidelijk, zichtbaar, ingekaderd en in de praktijk gebracht worden. Dit zal dan als vanzelf een veilige voedingsbodem voor de ontplooiing van het individu in volledige relatie tot het geheel dienen.

Iets wat eiseres in de vorige rechtszaak heeft proberen te onderscheiden door te schrijven over een staathuishoudkundig model gebaseerd op indirecte communicatie of staathuishoudkundig model gebaseerd op directe communicatie.

 

Hoogachtend,

 

De Hutte Holding BV
Peter Hoopman

Tweede brief verstuurd inzake hoger beroep 21 december 2009

Terug naar overzicht 'gesprek met de overheid'