Hoge Raad der Nederlanden Roquetaillade, 13 september 2006
kopie aan: Minister-President Balkenende, belastingdienst Winterswijk en Geachte Mevr. XXXXX, Bedankt voor uw toelichting in uw brief van 17 augustus jl. waarin u duidelijk maakt dat ons rechtssysteem zich dient te houden aan in de wet vastgelegde regels. Dit lijkt mij zeer logisch en terecht. Tevens geeft u aan dat onderzoek mogelijk is, mits dit op, bij de wet bepaalde wijze bij de Hoge Raad aanhangig is gemaakt. Ook dit lijkt logisch om het juridische systeem kaders te geven waarbinnen rechtspraak zorgvuldig en rechtvaardig kan plaatsvinden. Toch wil ik hier een duidelijke kanttekening plaatsen. Uw waarneming klopt volledig wanneer het rechtssysteem op een lijn is met het functioneren van de rechtsstaat. Dat wil zeggen dat het rechtssysteem (theoretisch gezien) volledig synchroon loopt met de rechtstaat zelf. Dat dit vandaag zowel praktisch als theoretisch niet het geval is, komt duidelijk naar voren binnen ons politiek-economisch systeem waarbij het economische recht van de sterkste is geïnstitutionaliseerd/beschermd wordt en zich daarmee ontrekt aan de meest eenvoudige democratische grondbeginselen welke de basis zouden moeten zijn van een goed functionerend rechtssysteem. Echter hoe kan in een rechtsstaat (het algemeen onderling verbindende belang) gediend worden, wanneer onderlinge concurrentie een belangrijk “gemeenschappelijk” uitgangspunt is? De geïnstitutionaliseerde vertegenwoordigers van Rechtsstaat te weten: Justitie, Overheid en Volksvertegenwoordiging verzekeren zichzelf van hun onmisbaarheid door voorwaarden te creëren waardoor de samenleving alsmaar afhankelijker worden van deze instituties. Concurrentie door zijn natuur vraagt voortdurend om rechtspraak, een scheidsrechter die ingrijpt en rechtspreekt. Marketing technisch is het dus een gouden greep, mensen te laten concurreren, want ze zullen voortdurend moeten aankloppen bij de verschillende instanties op zoek naar rechtvaardigheid of ze zullen het hoofd vroeg of laat laten hangen bij dit voortdurende en chronisch terugkerende onrecht.
Een kip met gouden eieren voor de mensen werkend binnen dit systeem. Maar wat gebeurt er met de mensen die zich buiten dit systeem bevinden? Concurrentie dwingt ons om onszelf goed te beschermen, daar gaat veel van onze tijd en energie inzitten. Op zich is daar niets op tegen maar de rechtsstaat (overheid, tweede kamer, justitie, bedrijfsleven en burgers) zal op zijn minst dienen te kijken of dit ook efficiënt en in het belang is van een open en zo vrij mogelijke samenleving? En de belangrijkste vraag hierbij is, of het rechtvaardig is voor alle deelnemers binnen een samenleving? Vroeg of laat dienen we ons af te vragen of eerlijke concurrentie überhaupt mogelijk is? Hoe en waar geef je geloofwaardige grenzen aan, van wat kan, mag en nog rechtvaardig is? In een samenleving waar concurrentie een zeer belangrijk uitgangspunt is ontstaat logischer wijze het recht van de sterkste. Diegene die het meest “verdient”, kan het beste personeel aantrekken, de beste advocaten betalen etc., maar creëert het ook mensen die eigen verantwoordelijkheid nemen binnen het geheel en naar het geheel? Natuurlijk zijn er gelukkig veel van dit soort mensen, maar helaas vormen ze eerder een uitzondering dan de regel binnen een concurrerende samenleving. Bij concurrentie is het een eerste prioriteit om je eigen zaakjes voor elkaar te hebben. Wat de gevolgen op korte en lange termijn zijn naar het geheel toe, is een secundaire en in de dagelijkse praktijk vaak een verliesgevende prioriteit. Dit brengt mij tot de belangrijke conclusie, dat concurrentie afhankelijkheid creëert in plaats van gezonde zelfstandigheid en rechtvaardig functioneren binnen het geheel: de Rechtsstaat. Door concurrentie als uitgangspunt te nemen heeft het juridische systeem zich zelf (naar ik aanneem onbewust) een onmiskenbaar groot marktaandeel verschaft, waar vrijwel geheel de samenleving afhankelijk van is geworden. Gezien vanuit de psychologische wetmatigheden die onderlinge concurrentie creëert is dit volstrekt logisch. Maar is dit rechtvaardig en efficiënt, staathuishoudkundig bezien?. Creëert dit de juiste uitgangspunten voor een vrije en open samenleving en op eigen benen gaan staande individuen? Samenwerking daarentegen legt de verantwoordelijkheid in de samenleving, bij het zelfstandig functioneren van het individu. De instituties grijpen in wanneer de voorwaarden voor samenwerking door de individuele of gegroepeerde deelnemers ondermijnd wordt. Dit vraagt een geheel andere houding van ouders, overheid, volksvertegenwoordiging en justitie. De democratie komt dan weer te liggen waar ze van nature hoort: in de samenleving zelf, bij het individu, in plaats van de instituties die onbewust hun eigen markt proberen te beschermen ten koste van de democratie en rechtstaat. Want in een concurrerende samenleving kunnen we alleen maar onze eigen verworvenheden beschermen tegenover onze concurrerende medemens. Dit heeft er in de loop der tijd voor gezorgd dat instituties, overheden, bedrijven en individuen slechts hun eigen systeem, verworvenheden, en mechanismen bewaken, wat uiteraard ten koste is gegaan van het algemene belang: de rechtstaat. Binnen een concurrerende samenleving wordt altijd gewezen met de vinger naar de ander, niemand is zelf nog verantwoordelijk voor ons individuele functioneren als wel ons gemeenschappelijke functioneren. U verwijst bijvoorbeeld in uw eerste brief van 12 juli jl. dat ik mijn stellingen moet aandragen in de politieke wereld. Een politieke wereld die zelf tot op het merg innerlijk verdeeld is, en door haar individuele politieke overlevingsstrijd het gemeenschappelijke belang allang uit het oog verloren is. Logisch, uitgaande van onderlinge concurrentie, maar desastreus voor de naar eenheid strevende Rechtsstaat.
Mw. XXXXXX we bevinden ons op de plek waar we ons bevinden als individu, maar ook als samenleving in haar geheel. Beide kunnen we ons steentje bijdragen in het herstel van de rechtsstaat. Een ieder zal dat dienen te doen vanuit zijn of haar verantwoordelijkheid en de positie die we innemen in de samenleving. Met deze brief probeer ik aan te geven dat de balans waarin de Hoge Raad zich bevindt is doorgeslagen naar ‘het bewaken van het juridische systeem en niet naar het bewaken van de rechtstaat’. Het zal voor u als juriste duidelijk zijn dat beide noodzakelijke ingrediënten zijn voor het gezond functioneren van een open economie en rechtvaardige samenleving en zelfstandig verantwoordelijke individuen. Concurrentie dwingt individuen, bedrijven en instituties om hun eigen product, kunstje of systeem te bewaken zonder dat we gemeenschappelijke gevolgen op lange termijn daarvan kunnen of willen overzien. Concurrentie zet vroeg of laat economie, democratie en rechtstaat volledig gevangen omdat we het gemeenschappelijk (staathuishoudkundig) belang vrijwel volledig uit het oog zijn verloren. Niemand is in een concurrerende samenleving hiervoor nog verantwoordelijk. Het bevorderen van samenwerking, participatie en delen maakt ieder afzonderlijk individu verantwoordelijk voor zijn eigen functioneren naar zichzelf, maar ook naar de rechtsstaat (samenleving) in haar geheel. Samenwerking dwingt onszelf te kijken naar ons eigen keuzes en of we het daarmee eens zijn. Samenwerking eist oprechtheid naar ons eigen denken en handelen. Concurrentie daarentegen is een voedingsbodem voor hypocrisie, onverschilligheid, chantage, onverdraagzaamheid en corruptie, iets dat veel werk oplevert voor het juridische systeem, maar de rechtsstaat met handen vastgebonden op de rug onmachtig laat toekijken. Mw. XXXXX, ik ben geen jurist, daarom vraag ik u of er binnen onze rechtstaat een plek is waar ik het door mij waargenomen onrecht ter beoordeling en rechtsspraak binnen ons rechtssysteem kan inbrengen? Samengevat is de aanklacht dat er vandaag door onderlinge concurrentie geen sprake meer is van een rechtsstaat, waarbinnen individuen, bedrijven en instituties individuele en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid dragen naar het geheel, de rechtstaat zelf. Concurrentie leidt uiteindelijk tot:
Wanneer u en ik concurrenten zijn, dan is het volledig in uw belang om niets met deze brief te doen, het voorgeprogrammeerde juridische systeem, zal efficiënt zich van zijn taak kwijten. Of daar de rechtstaat mee gebaat is durf ik te betwijfelen. Ze is gebaat bij mensen die zelfstandig hun beslissingen en verantwoordelijkheid durven te nemen, zoekend naar rechtvaardigheid voor ieder individu binnen de samenleving. Een experiment en noodzaak dat we democratie noemen en dat de vrijheid en verantwoordelijkheid van ieder mens nastreeft. Vrijheid (en verantwoordelijkheid) is een keuze, hopelijk tonen we de moed deze keuze individueel en gezamenlijk te maken. Kunt en wilt u mij helpen om de juiste ingang binnen ons rechtssysteem te vinden? Met vriendelijke groeten,
De Hutte Holding BV
Bijlagen: - Enkele vragen om het economisch-democratische debat te verdiepen |
|||
| Terug naar de beginpagina | |||